melk
zelfstandig naamwoord, werkwoord /mɛlk/Betekenis
- het voedzame vocht uit de melkklieren van vrouwelijke zoogdieren
- een witte vloeistof van andere herkomst, bijvoorbeeld van soja of kokosnoot (sojamelk resp. kokosmelk)
- zuivelproduct geschikt voor menselijke consumptie
Hoe spreek je melk uit?
/mɛlk/
Melk bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɛ | bed |
| l | land |
| k | kat |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- voedzaam vocht uit de melkklieren van vrouwelijke zoogdieren
- witte vloeistof (suspensie) van andere herkomst, bijvoorbeeld van soja of kokosnoot
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| melkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| melkjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van melken
- gebiedende wijs van melken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van melken
Vervoeging van melk
melkhele werkwoord
Herkomst
erfwoord, in de betekenis van ‘vloeistof uit zoogklieren’ aangetroffen vanaf 1100
Woordfamilie van melk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| melkje | verkleinwoord | melk |
| melkjes | verkleinwoord meervoud | melk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van melk zijn vastgelegd.