schrijven
werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈsxrɛ(i)və(n)/Betekenis
- tekst in tekens vastleggen
- een stuk in tekens vastgelegde tekst
- de handeling van het in tekens vastleggen van tekst
Hoe spreek je schrijven uit?
/ˈsxrɛivən/
Schrijven bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| v | vis |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- iemand een brief sturen
Vervoeging van schrijven
schrijvenhele werkwoord — schreefverleden tijd enkelvoud — schrevenverleden tijd meervoud — geschrevenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | schrijf | schreef |
| jij | schrijft | schreef |
| hij, zij, het | schrijft | schreef |
| wij | schrijven | schreven |
| jullie | schrijven | schreven |
| zij | schrijven | schreven |
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| er is geschreven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geschreven | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geschreven | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geschreven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geschreven worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geschreven zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geschreven worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geschreven zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geschreven | verleden tijd, deelwoord |
| geschreven te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geschreven te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geschreven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geschreven te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geschreven te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geschreven worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geschreven zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geschreven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geschreven zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geschreven zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geschreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geschreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geschreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geschreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geschreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geschreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geschreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geschreven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| schreef | verleden tijd |
| schrijf | gebiedende wijs |
| schrijve | aanvoegende wijs |
| schrijvend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geschreven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te schrijven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen schrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren geschreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geschreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geschreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden geschreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden geschreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geschreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geschreven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geschreven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geschreven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geschreven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal schrijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal schrijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal schrijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou geschreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geschreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geschreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geschreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou schrijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou schrijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou schrijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geschreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geschreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geschreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geschreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden schrijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden schrijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden schrijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geschreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt schrijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geschreven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geschreven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geschreven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geschreven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen schrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen schrijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen schrijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen schrijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geschreven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult schrijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘lettertekens neerzetten’ voor het eerst aangetroffen in 1100
Woordfamilie van schrijven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geschreven | voltooid deelwoord | schrijven |
| schreeft | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | schrijven |
| schrijf | gebiedende wijs | schrijven |
| schrijft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | schrijven |
| schrijve | aanvoegende wijs | schrijven |
| schrijvend | onvoltooid deelwoord | schrijven |
| schrijvende | woordvorm | schrijven |
| schrijvens | meervoud | schrijven |
| schrijventje | woordvorm | schrijven |
| schrijventjes | meervoud | schrijven |
| schryft | woordvorm | schrijft |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schrijven zijn vastgelegd.