verdrijven
werkwoord vərˈdrɛivə(n)Betekenis
- uit het land verjagen
Hoe spreek je verdrijven uit?
/vərˈdrɛivən/
Verdrijven bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| d | dak |
| ɛi | trein |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verdrijven
verdrijvenhele werkwoord — verdreefverleden tijd enkelvoud — verdrevenverleden tijd meervoud — verdrevenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verdrijf | verdreef |
| jij | verdrijft | verdreef |
| hij, zij, het | verdrijft | verdreef |
| wij | verdrijven | verdreven |
| jullie | verdrijven | verdreven |
| zij | verdrijven | verdreven |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verdreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verdreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verdreven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verdreven | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verdreven | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verdreven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verdreven worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verdreven zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verdreven worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verdreven zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verdreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verdreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verdreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verdreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verdreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verdreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verdreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verdreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verdreven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verdreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verdreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verdreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verdreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verdreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verdreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verdreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verdreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verdreven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verdrijven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verdrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdreef | verleden tijd |
| verdreven | verleden tijd, deelwoord |
| verdreven te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verdreven te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verdreven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdreven te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdreven te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdreven worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verdreven zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verdreven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdreven zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdreven zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdrijf | gebiedende wijs |
| verdrijve | aanvoegende wijs |
| verdrijvend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verdreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verdreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verdreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verdreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verdreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verdreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verdreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verdreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verdreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verdreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verdreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verdreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verdreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verdreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verdreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verdreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verdreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verdreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verdreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verdreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verdreven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verdreven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verdreven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verdreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verdreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verdreven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verdreven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verdreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verdreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verdreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verdreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verdreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verdreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verdreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verdreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verdreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verdreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verdreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verdreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verdreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verdreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verdreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verdreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verdreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verdreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verdreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verdreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verdreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verdreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verdreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verdreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verdreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verdreven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verdreven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verdreven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verdreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verdreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verdreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verdreven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verdreven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verdreven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verdrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verdreven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verdreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verdreven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van drijven met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verdrijven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verdreef | verleden tijd | verdrijven |
| verdreven | voltooid deelwoord | verdrijven |
| verdrijf | gebiedende wijs | verdrijven |
| verdrijft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verdrijven |
| verdrijve | aanvoegende wijs | verdrijven |
| verdrijvend | onvoltooid deelwoord | verdrijven |
| verdrijvende | woordvorm | verdrijven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verdrijven zijn vastgelegd.