overblijven
werkwoord ˈovərˌblɛivə(n)Betekenis
- nog overhouden
- op school blijven tussen de lessen in de ochtend en middag
Hoe spreek je overblijven uit?
/ˈovərˌblɛivən/
Overblijven bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| b | bak |
| l | land |
| ɛi | trein |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Vervoeging van overblijven
overblijvenhele werkwoord — bleef oververleden tijd enkelvoud — bleven oververleden tijd meervoud — overgeblevenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | blijf over | bleef over |
| jij | blijft over | bleef over |
| hij, zij, het | blijft over | bleef over |
| wij | blijven over | bleven over |
| jullie | blijven over | bleven over |
| zij | blijven over | bleven over |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben overgebleven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent overgebleven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bleef over | verleden tijd |
| blijf over | gebiedende wijs |
| ev. | gebiedende wijs |
| is overgebleven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is overgebleven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| over te blijven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| over te zullen blijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| over zal blijven | bijzin, toekomende tijd |
| over zou blijven | bijzin, voorwaardelijk |
| over zouden blijven | bijzin, voorwaardelijk |
| over zoudt blijven | bijzin, voorwaardelijk |
| over zullen blijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| over zullen blijven | bijzin, toekomende tijd |
| over zult blijven | bijzin, toekomende tijd |
| overbleef | bijzin, verleden tijd |
| overbleven | bijzin, verleden tijd |
| overblijf | bijzin, tegenwoordige tijd |
| overblijft | bijzin, tegenwoordige tijd |
| overblijvend | onvoltooid, deelwoord |
| overgebleven | verleden tijd, deelwoord |
| overgebleven te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overgebleven zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| te zijn overgebleven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen overblijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart overgebleven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren overgebleven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren overgebleven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren overgebleven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was overgebleven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was overgebleven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was overgebleven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal overblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal overblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal overblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal overblijven | bijzin, toekomende tijd |
| zal overgebleven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overgebleven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal overgebleven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn overgebleven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn overgebleven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn overgebleven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn overgebleven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt overgebleven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou overblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou overblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou overblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou overblijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zou overgebleven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overgebleven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overgebleven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) overblijven over zou(dt) blijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden overblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden overblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden overblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden overblijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden overgebleven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden overgebleven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden overgebleven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt overblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt overblijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt overgebleven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen overblijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen overblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen overblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen overblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen overblijven | bijzin, toekomende tijd |
| zullen overgebleven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen overgebleven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen overgebleven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult overblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult overblijven | bijzin, toekomende tijd |
| zult overgebleven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal overblijven over zult/zal blijven | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van over bw en blijven ww
Woordfamilie van overblijven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bleef over | verleden tijd | overblijven |
| bleven over | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | overblijven |
| blijf over | gebiedende wijs | overblijven |
| blijft over | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | overblijven |
| blijve over | woordvorm | overblijven |
| blijven over | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | overblijven |
| overbleef | subordinate-clause, verleden tijd | overblijven |
| overbleven | subordinate-clause, verleden tijd | overblijven |
| overblijft | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | overblijven |
| overblijve | with-subordinate-clause | overblijven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overblijven zijn vastgelegd.