overdrijven
werkwoord ˌovərˈdrɛivə(n)Betekenis
- de feiten groter, kleiner, mooier of slechter voorstellen dan ze zijn.
- tot het verleden gaan behoren.
- naar de overkant drijven.
- passeren, overgaan, voorbijgaan, weggaan
Hoe spreek je overdrijven uit?
/ˌovərˈdrɛivən/
Overdrijven bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| d | dak |
| ɛi | trein |
| n | nek |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van overdrijven
overdrijvenhele werkwoord — overdrevenvoltooid deelwoord
Alle 3 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| overdreef | verleden tijd |
| overdreven | verleden tijd, deelwoord |
| overdríjven | canonical |
Vervoeging van overdrijven
overdrijvenhele werkwoord — overgedrevenvoltooid deelwoord
Alle 3 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dreef over | verleden tijd |
| overgedreven | verleden tijd, deelwoord |
| óverdrijven | canonical |
Herkomst
samenstelling van over bw en drijven ww
Woordfamilie van overdrijven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dreef over | verleden tijd | overdrijven |
| dreeft over | woordvorm | overdrijven |
| dreven over | woordvorm | overdrijven |
| drijf over | woordvorm | overdrijven |
| drijft over | woordvorm | overdrijven |
| drijve over | woordvorm | overdrijven |
| drijven over | woordvorm | overdrijven |
| overdreef | verleden tijd | overdrijven |
| overdrijf | woordvorm | overdrijven |
| overdrijft | woordvorm | overdrijven |
| overdrijve | woordvorm | overdrijven |
| overdrijvend | woordvorm | overdrijven |
| overdrijvende | woordvorm | overdrijven |
| overgedreven | voltooid deelwoord | overdrijven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overdrijven zijn vastgelegd.