Naar de inhoud

handeldrijven

het kopen en, vaak na transport, weer verkopen van goederen

handeldrijven

werkwoord ˈhɑndəlˌdrɛivə(n)

Betekenis

  1. het kopen en, vaak na transport, weer verkopen van goederen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Hoe spreek je handeldrijven uit?

/ˈhɑndəlˌdrɛivən/

Handeldrijven bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈhɑndəlˌdrɛivən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
h hoed
ɑ bad
n nek
d dak
ə de
l land
r rood
ɛi trein
v vis
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon

Vervoeging van handeldrijven

handeldrijvenhele werkwoord — dreef handelverleden tijd enkelvoud — dreven handelverleden tijd meervoud — handelgedrevenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik drijf handel dreef handel
jij drijft handel dreef handel
hij, zij, het drijft handel dreef handel
wij drijven handel dreven handel
jullie drijven handel dreven handel
zij drijven handel dreven handel
Alle 83 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
dreef handel verleden tijd
drijf handel gebiedende wijs
er is handelgedreven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was handelgedreven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd handelgedreven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt handelgedreven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal handelgedreven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal handelgedreven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou handelgedreven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou handelgedreven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had handelgedreven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had handelgedreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had handelgedreven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden handelgedreven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden handelgedreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden handelgedreven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt handelgedreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
handel te drijven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
handel te zullen drijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
handel zal drijven bijzin, toekomende tijd
handel zou drijven bijzin, voorwaardelijk
handel zouden drijven bijzin, voorwaardelijk
handel zoudt drijven bijzin, voorwaardelijk
handel zullen drijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
handel zullen drijven bijzin, toekomende tijd
handel zult drijven bijzin, toekomende tijd
handeldreef bijzin, verleden tijd
handeldreeft bijzin, verleden tijd
handeldreven bijzin, verleden tijd
handeldrijf bijzin, tegenwoordige tijd
handeldrijft bijzin, tegenwoordige tijd
handeldrijvend onvoltooid, deelwoord
handelgedreven verleden tijd, deelwoord
handelgedreven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
handelgedreven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
heb handelgedreven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben handelgedreven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben handelgedreven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben handelgedreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben handelgedreven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt handelgedreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft handelgedreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft handelgedreven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben handelgedreven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen handeldrijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal handeldrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal handeldrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal handeldrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal handeldrijven bijzin, toekomende tijd
zal handelgedreven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal handelgedreven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal handelgedreven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou handeldrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou handeldrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou handeldrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou handeldrijven bijzin, voorwaardelijk
zou handelgedreven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou handelgedreven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou handelgedreven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) handeldrijven handel zou(dt) drijven bijzin, voorwaardelijk
zouden handeldrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden handeldrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden handeldrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden handeldrijven bijzin, voorwaardelijk
zouden handelgedreven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden handelgedreven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden handelgedreven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt handeldrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt handeldrijven bijzin, voorwaardelijk
zoudt handelgedreven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen handeldrijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen handeldrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen handeldrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen handeldrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen handeldrijven bijzin, toekomende tijd
zullen handelgedreven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen handelgedreven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen handelgedreven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult handeldrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult handeldrijven bijzin, toekomende tijd
zult handelgedreven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal handeldrijven handel zult/zal drijven bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van handel en drijven

Woordfamilie van handeldrijven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dreef handel verleden tijd handeldrijven
dreven handel aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon handeldrijven
drijf handel gebiedende wijs handeldrijven
drijft handel aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon handeldrijven
drijve handel woordvorm handeldrijven
drijven handel aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon handeldrijven
handeldreef subordinate-clause, verleden tijd handeldrijven
handeldreven subordinate-clause, verleden tijd handeldrijven
handeldrijf subordinate-clause, tegenwoordige tijd handeldrijven
handeldrijft subordinate-clause, tegenwoordige tijd handeldrijven
handeldrijve with-subordinate-clause handeldrijven
handelgedreven voltooid deelwoord handeldrijven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van handeldrijven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over handeldrijven

Hoe spreek ik handeldrijven uit?
Zo spreek je handeldrijven uit: /ˈhɑndəlˌdrɛivə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van handeldrijven?
Handeldrijven is een werkwoord. De betekenis is: het kopen en, vaak na transport, weer verkopen van goederen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik handeldrijven?
Zo vervoeg je handeldrijven zo: het voltooid deelwoord is handelgedreven. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op handeldrijven?

Op handeldrijven rijmen 26 woorden, onder andere schrijven, achterblijven en overblijven. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op handeldrijven, uitspraak ˈhɑndəlˌdrɛivən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
schrijven 2
achterblijven 4
overblijven 4
bedrijven 3
overschrijven 4
overdrijven 4
rijven 2
verblijven 3
verdrijven 3
bekijven 3
stijven 2
aannemersbedrijven 6
automatiseringsbedrijven 9
blíjven 2
constructiebedrijven 6
contactbedrijven 5
dochterbedrijven 5
gevijven 3
isolatiebedrijven 7
levensmiddelenbedrijven 8
nevenbedrijven 5
olijven 3
onderblijven 4
platformbedrijven 6
scheepstimmerbedrijven 6
werkbedrijven 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord handeldrijven is 27 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. A 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. L 3
  7. D 2
  8. R 2
  9. I 1
  10. J 4
  11. V 4
  12. E 1
  13. N 1
  14. 27 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

handeldrijven levert met Wordfeud minimaal 28 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. A 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. L 3
  7. D 2
  8. R 2
  9. I 2
  10. J 4
  11. V 4
  12. E 1
  13. N 1
  14. 28 zonder bonus
  15. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

handeldrijven in het kort

handeldrijven staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van handeldrijven staan er 55 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort handeldrijven bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

handeldrijven: het kopen en, vaak na transport, weer verkopen van goederen
Deel handeldrijven — standaardnederlands.nl