handeldrijven
werkwoord ˈhɑndəlˌdrɛivə(n)Betekenis
- het kopen en, vaak na transport, weer verkopen van goederen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Hoe spreek je handeldrijven uit?
/ˈhɑndəlˌdrɛivən/
Handeldrijven bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| l | land |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| v | vis |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Vervoeging van handeldrijven
handeldrijvenhele werkwoord — dreef handelverleden tijd enkelvoud — dreven handelverleden tijd meervoud — handelgedrevenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | drijf handel | dreef handel |
| jij | drijft handel | dreef handel |
| hij, zij, het | drijft handel | dreef handel |
| wij | drijven handel | dreven handel |
| jullie | drijven handel | dreven handel |
| zij | drijven handel | dreven handel |
Alle 83 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dreef handel | verleden tijd |
| drijf handel | gebiedende wijs |
| er is handelgedreven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was handelgedreven | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd handelgedreven | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt handelgedreven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal handelgedreven worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal handelgedreven zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou handelgedreven worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou handelgedreven zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had handelgedreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had handelgedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had handelgedreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden handelgedreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden handelgedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden handelgedreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt handelgedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| handel te drijven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| handel te zullen drijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| handel zal drijven | bijzin, toekomende tijd |
| handel zou drijven | bijzin, voorwaardelijk |
| handel zouden drijven | bijzin, voorwaardelijk |
| handel zoudt drijven | bijzin, voorwaardelijk |
| handel zullen drijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| handel zullen drijven | bijzin, toekomende tijd |
| handel zult drijven | bijzin, toekomende tijd |
| handeldreef | bijzin, verleden tijd |
| handeldreeft | bijzin, verleden tijd |
| handeldreven | bijzin, verleden tijd |
| handeldrijf | bijzin, tegenwoordige tijd |
| handeldrijft | bijzin, tegenwoordige tijd |
| handeldrijvend | onvoltooid, deelwoord |
| handelgedreven | verleden tijd, deelwoord |
| handelgedreven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| handelgedreven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| heb handelgedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben handelgedreven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben handelgedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben handelgedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben handelgedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt handelgedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft handelgedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft handelgedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben handelgedreven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen handeldrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal handeldrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal handeldrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal handeldrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal handeldrijven | bijzin, toekomende tijd |
| zal handelgedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal handelgedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal handelgedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou handeldrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou handeldrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou handeldrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou handeldrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zou handelgedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou handelgedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou handelgedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) handeldrijven handel zou(dt) drijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden handeldrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden handeldrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden handeldrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden handeldrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden handelgedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden handelgedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden handelgedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt handeldrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt handeldrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt handelgedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen handeldrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen handeldrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen handeldrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen handeldrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen handeldrijven | bijzin, toekomende tijd |
| zullen handelgedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen handelgedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen handelgedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult handeldrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult handeldrijven | bijzin, toekomende tijd |
| zult handelgedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal handeldrijven handel zult/zal drijven | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van handel en drijven
Woordfamilie van handeldrijven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dreef handel | verleden tijd | handeldrijven |
| dreven handel | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | handeldrijven |
| drijf handel | gebiedende wijs | handeldrijven |
| drijft handel | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | handeldrijven |
| drijve handel | woordvorm | handeldrijven |
| drijven handel | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | handeldrijven |
| handeldreef | subordinate-clause, verleden tijd | handeldrijven |
| handeldreven | subordinate-clause, verleden tijd | handeldrijven |
| handeldrijf | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | handeldrijven |
| handeldrijft | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | handeldrijven |
| handeldrijve | with-subordinate-clause | handeldrijven |
| handelgedreven | voltooid deelwoord | handeldrijven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van handeldrijven zijn vastgelegd.