programma
zelfstandig naamwoord proˈɣrɑmaBetekenis
- applicatie voor de computer
- aantal activiteiten voor een bepaalde tijd
- uitzending op radio of televisie
- los blaadje met informatie over de uitvoering of het concert dat men bijwoont
- onderling afgesproken doelstelllingen en plannen
Hoe spreek je programma uit?
/proˈxrɑma/
Programma bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| r | rood |
| o | boot |
| x | acht |
| ɑ | bad |
| m | maan |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- onderling afgesproken doelstellingen en plannen
- beschrijving van de geplande gebeurtenissen en handelingen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| programma's | meervoud |
| programmaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| programmaatjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
via Latijn programma "proclamatie, edict" van Oudgrieks πρόγραμμα (prógramma), "schriftelijke aankondiging, edict", in de betekenis van ‘overzicht van onderdelen, verklaring’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1778
Woordfamilie van programma
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| programma's | meervoud | programma |
| programmaatje | verkleinwoord | programma |
| programmaatjes | verkleinwoord meervoud | programma |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van programma zijn vastgelegd.