none
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de negende trap van een diatonische toonladder
- een interval met een toonafstand zoals die van de eerste naar de negende toon van een diatonische toonladder (een octaaf plus een seconde)
- een van de kleine kerkelijke getijden
- geen, geen enkel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| nonen | meervoud |
| noontje | verkleinwoord, enkelvoud |
| noontjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘negende toon’ voor het eerst aangetroffen in 1855
Woordfamilie van none
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nonen | meervoud | none |
| noontje | verkleinwoord | none |
| noontjes | verkleinwoord meervoud | none |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van none zijn vastgelegd.