akkoord
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, tussenwerpsel ɑˈkortBetekenis
- overeenkomst
- samenklank van minimaal 3 verschillende tonen
Hoe spreek je akkoord uit?
/ɑˈkort/
Akkoord bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| k | kat |
| o | boot |
| r | rood |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| akkoorden | meervoud |
| akkoordje | verkleinwoord, enkelvoud |
| akkoordjes | verkleinwoord, meervoud |
tussenwerpsel
- daar ben ik het mee eens
Herkomst
via Middelnederlands accort zn van Frans accord zn , in de betekenis van ‘overeenkomst’ voor het eerst aangetroffen in 1290 **tw: van Frans d'accord tw
Woordfamilie van akkoord
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| akkoorden | meervoud | akkoord |
| akkoordje | verkleinwoord | akkoord |
| akkoordjes | verkleinwoord meervoud | akkoord |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van akkoord zijn vastgelegd.