terts
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de derde trap van een diatonisch|diatonische toonladder
- een interval met een toonafstand zoals die van de eerste naar de derde toon van een diatonisch|diatonische toonladder
- een van de kleine kerkelijke getijden
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- de derde trap van een diatonische toonladder
- een interval met een toonafstand zoals die van de eerste naar de derde toon van een diatonische toonladder
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tertsen | meervoud |
| tertsje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tertsjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘afstand tussen twee tonen’ voor het eerst aangetroffen in 1665
Woordfamilie van terts
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tertsen | meervoud | terts |
| tertsje | verkleinwoord | terts |
| tertsjes | verkleinwoord meervoud | terts |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van terts zijn vastgelegd.