nesten
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈnɛstə(n)Betekenis
- een nest maken, nestelen
- bijna
Hoe spreek je nesten uit?
/ˈnɛstən/
Nesten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| ɛ | bed |
| s | sok |
| t | tak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van nesten
nestenhele werkwoord — nestteverleden tijd enkelvoud — nesttenverleden tijd meervoud — genestvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | nest | nestte |
| jij | nest | nestte |
| hij, zij, het | nest | nestte |
| wij | nesten | nestten |
| jullie | nesten | nestten |
| zij | nesten | nestten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| genest | verleden tijd, deelwoord |
| genest te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| genest zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had genest | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had genest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had genest | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden genest | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden genest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden genest | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt genest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb genest | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben genest | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben genest | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben genest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben genest | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt genest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft genest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft genest | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| nest | gebiedende wijs |
| neste | aanvoegende wijs |
| nestend | onvoltooid, deelwoord |
| nestte | verleden tijd |
| te hebben genest | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te nesten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen nesten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal genest hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal genest hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal genest hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal nesten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal nesten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal nesten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou genest hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou genest hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou genest hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou nesten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou nesten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou nesten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden genest hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden genest hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden genest hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden nesten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden nesten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden nesten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt genest hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt nesten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen genest hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen genest hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen genest hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen nesten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen nesten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen nesten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen nesten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult genest hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult nesten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord nest
Herkomst
ww: van Middelnederlands nesten
Woordfamilie van nesten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| genest | voltooid deelwoord | nesten |
| geneste | woordvorm | nesten |
| nestend | onvoltooid deelwoord | nesten |
| nestende | woordvorm | nesten |
| nestte | verleden tijd | nesten |
| nestten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | nesten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nesten zijn vastgelegd.