nasporen
werkwoordBetekenis
- achter mens, dier of voertuig aangaan door het volgen van dezelfde, bekende route
- het trachten te achterhalen welke weg een mens, dier of voertuig is gegaan, het natrekken van het verloop van gebeurtenissen of het vaststellen van feiten
Vervoeging van nasporen
nasporenhele werkwoord — spoorde naverleden tijd enkelvoud — spoorden naverleden tijd meervoud — nagespoordvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | spoor na | spoorde na |
| jij | spoort na | spoorde na |
| hij, zij, het | spoort na | spoorde na |
| wij | sporen na | spoorden na |
| jullie | sporen na | spoorden na |
| zij | sporen na | spoorden na |
Alle 118 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief, voltooid |
| ben nagespoord | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent nagespoord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is nagespoord | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid |
| er was nagespoord | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid |
| er werd nagespoord | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er wordt nagespoord | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal nagespoord worden | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal nagespoord zijn | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid |
| er zou nagespoord worden | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid |
| er zou nagespoord zijn | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| hebben nagespoord | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| is nagespoord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is nagespoord | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| na te sporen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| na te zullen sporen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| na zal sporen | bijzin, toekomende tijd |
| na zou sporen | bijzin, voorwaardelijk |
| na zouden sporen | bijzin, voorwaardelijk |
| na zoudt sporen | bijzin, voorwaardelijk |
| na zullen sporen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| na zullen sporen | bijzin, toekomende tijd |
| na zult sporen | bijzin, toekomende tijd |
| nagespoord | verleden tijd, deelwoord |
| nagespoord te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| nagespoord te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| nagespoord te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| nagespoord te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| nagespoord te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| nagespoord worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| nagespoord zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| nagespoord zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| nagespoord zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| nagespoord zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| naspoor | bijzin, tegenwoordige tijd |
| naspoorde | bijzin, verleden tijd |
| naspoorden | bijzin, verleden tijd |
| naspoort | bijzin, tegenwoordige tijd |
| nasporend | onvoltooid, deelwoord |
| spoor na | gebiedende wijs |
| spoorde na | verleden tijd |
| te hebben/zijn nagespoord | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen nasporen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart nagespoord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren nagespoord | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren nagespoord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren nagespoord | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was nagespoord | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was nagespoord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was nagespoord | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd nagespoord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd nagespoord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd nagespoord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden nagespoord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden nagespoord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden nagespoord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt nagespoord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word nagespoord | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden nagespoord | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden nagespoord | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden nagespoord | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt nagespoord | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt nagespoord | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal nagespoord worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal nagespoord worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal nagespoord zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal nagespoord zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal nasporen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal nasporen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal nasporen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal nasporen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn nagespoord | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn nagespoord | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn nagespoord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn nagespoord | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt nagespoord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou nagespoord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou nagespoord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou nagespoord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou nagespoord zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou nagespoord zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou nagespoord zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou nasporen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou nasporen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou nasporen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou nasporen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) nasporen na zou(dt) sporen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden nagespoord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden nagespoord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden nagespoord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden nagespoord zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden nagespoord zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden nagespoord zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden nasporen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden nasporen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden nasporen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden nasporen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt nagespoord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt nagespoord zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt nasporen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt nasporen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen nagespoord worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen nagespoord worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen nagespoord worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen nagespoord zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen nagespoord zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen nagespoord zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen nasporen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen nasporen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen nasporen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen nasporen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen nasporen | bijzin, toekomende tijd |
| zult nagespoord worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult nagespoord zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult nasporen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult nasporen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal nasporen na zult/zal sporen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van na bw en sporen ww
Woordfamilie van nasporen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nagespoord | voltooid deelwoord | nasporen |
| nagespoorde | woordvorm | nasporen |
| naspoor | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | nasporen |
| naspoorde | subordinate-clause, verleden tijd | nasporen |
| naspoorden | subordinate-clause, verleden tijd | nasporen |
| naspoort | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | nasporen |
| naspore | with-subordinate-clause | nasporen |
| nasporend | onvoltooid deelwoord | nasporen |
| nasporende | woordvorm | nasporen |
| spoor na | gebiedende wijs | nasporen |
| spoorde na | verleden tijd | nasporen |
| spoorden na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | nasporen |
| spoort na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | nasporen |
| spore na | woordvorm | nasporen |
| sporen na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | nasporen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nasporen zijn vastgelegd.