Naar de inhoud

nasporen

achter mens, dier of voertuig aangaan door het volgen van dezelfde, bekende route

nasporen

werkwoord

Betekenis

  1. achter mens, dier of voertuig aangaan door het volgen van dezelfde, bekende route
  2. het trachten te achterhalen welke weg een mens, dier of voertuig is gegaan, het natrekken van het verloop van gebeurtenissen of het vaststellen van feiten

Vervoeging van nasporen

nasporenhele werkwoord — spoorde naverleden tijd enkelvoud — spoorden naverleden tijd meervoud — nagespoordvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik spoor na spoorde na
jij spoort na spoorde na
hij, zij, het spoort na spoorde na
wij sporen na spoorden na
jullie sporen na spoorden na
zij sporen na spoorden na
Alle 118 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief, voltooid
ben nagespoord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent nagespoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is nagespoord impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid
er was nagespoord impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid
er werd nagespoord impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid
er wordt nagespoord impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal nagespoord worden impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal nagespoord zijn impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid
er zou nagespoord worden impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid
er zou nagespoord zijn impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid
ev. gebiedende wijs
hebben nagespoord actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
is nagespoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is nagespoord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
na te sporen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
na te zullen sporen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
na zal sporen bijzin, toekomende tijd
na zou sporen bijzin, voorwaardelijk
na zouden sporen bijzin, voorwaardelijk
na zoudt sporen bijzin, voorwaardelijk
na zullen sporen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
na zullen sporen bijzin, toekomende tijd
na zult sporen bijzin, toekomende tijd
nagespoord verleden tijd, deelwoord
nagespoord te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
nagespoord te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
nagespoord te zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
nagespoord te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
nagespoord te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
nagespoord worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
nagespoord zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
nagespoord zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
nagespoord zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
nagespoord zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
naspoor bijzin, tegenwoordige tijd
naspoorde bijzin, verleden tijd
naspoorden bijzin, verleden tijd
naspoort bijzin, tegenwoordige tijd
nasporend onvoltooid, deelwoord
spoor na gebiedende wijs
spoorde na verleden tijd
te hebben/zijn nagespoord actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen nasporen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart nagespoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren nagespoord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren nagespoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren nagespoord voltooid, verleden tijd, derde persoon
was nagespoord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was nagespoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was nagespoord voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd nagespoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd nagespoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd nagespoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden nagespoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden nagespoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden nagespoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt nagespoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word nagespoord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden nagespoord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden nagespoord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden nagespoord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt nagespoord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt nagespoord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal nagespoord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal nagespoord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal nagespoord zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal nagespoord zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal nasporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal nasporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal nasporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal nasporen bijzin, toekomende tijd
zijn nagespoord actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn nagespoord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn nagespoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn nagespoord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt nagespoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou nagespoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou nagespoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou nagespoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou nagespoord zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou nagespoord zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou nagespoord zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou nasporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou nasporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou nasporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou nasporen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) nasporen na zou(dt) sporen bijzin, voorwaardelijk
zouden nagespoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden nagespoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden nagespoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden nagespoord zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden nagespoord zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden nagespoord zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden nasporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden nasporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden nasporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden nasporen bijzin, voorwaardelijk
zoudt nagespoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt nagespoord zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt nasporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt nasporen bijzin, voorwaardelijk
zullen nagespoord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen nagespoord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen nagespoord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen nagespoord zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen nagespoord zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen nagespoord zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen nasporen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen nasporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen nasporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen nasporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen nasporen bijzin, toekomende tijd
zult nagespoord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult nagespoord zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult nasporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult nasporen bijzin, toekomende tijd
zult/zal nasporen na zult/zal sporen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van na bw en sporen ww

Woordfamilie van nasporen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
nagespoord voltooid deelwoord nasporen
nagespoorde woordvorm nasporen
naspoor subordinate-clause, tegenwoordige tijd nasporen
naspoorde subordinate-clause, verleden tijd nasporen
naspoorden subordinate-clause, verleden tijd nasporen
naspoort subordinate-clause, tegenwoordige tijd nasporen
naspore with-subordinate-clause nasporen
nasporend onvoltooid deelwoord nasporen
nasporende woordvorm nasporen
spoor na gebiedende wijs nasporen
spoorde na verleden tijd nasporen
spoorden na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon nasporen
spoort na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon nasporen
spore na woordvorm nasporen
sporen na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon nasporen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nasporen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over nasporen

Wat betekent nasporen?
Nasporen is een werkwoord. Het woord betekent: achter mens, dier of voertuig aangaan door het volgen van dezelfde, bekende route. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je nasporen?
Je vervoegt nasporen als volgt: het voltooid deelwoord is nagespoord. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord nasporen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. N 1
  2. A 1
  3. S 2
  4. P 3
  5. O 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

nasporen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. N 1
  2. A 1
  3. S 2
  4. P 4
  5. O 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 zonder bonus
  10. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

nasporen in het kort

nasporen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van nasporen zijn 76 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort nasporen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

nasporen: achter mens, dier of voertuig aangaan door het volgen van dezelfde, bekende route
Deel nasporen — standaardnederlands.nl