naspoelen
werkwoordBetekenis
- nogmaals spoelen na een eerste reinigingsgang
Vervoeging van naspoelen
naspoelenhele werkwoord — spoelde naverleden tijd enkelvoud — spoelden naverleden tijd meervoud — nagespoeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | spoel na | spoelde na |
| jij | spoelt na | spoelde na |
| hij, zij, het | spoelt na | spoelde na |
| wij | spoelen na | spoelden na |
| jullie | spoelen na | spoelden na |
| zij | spoelen na | spoelden na |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben nagespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent nagespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is nagespoeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was nagespoeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd nagespoeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt nagespoeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal nagespoeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal nagespoeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou nagespoeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou nagespoeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had nagespoeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had nagespoeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had nagespoeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden nagespoeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden nagespoeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden nagespoeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt nagespoeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb nagespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben nagespoeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben nagespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben nagespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben nagespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt nagespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft nagespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft nagespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is nagespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is nagespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| na te spoelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| na te zullen spoelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| na zal spoelen | bijzin, toekomende tijd |
| na zou spoelen | bijzin, voorwaardelijk |
| na zouden spoelen | bijzin, voorwaardelijk |
| na zoudt spoelen | bijzin, voorwaardelijk |
| na zullen spoelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| na zullen spoelen | bijzin, toekomende tijd |
| na zult spoelen | bijzin, toekomende tijd |
| nagespoeld | verleden tijd, deelwoord |
| nagespoeld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| nagespoeld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| nagespoeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| nagespoeld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| nagespoeld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| nagespoeld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| nagespoeld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| nagespoeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| nagespoeld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| nagespoeld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| naspoel | bijzin, tegenwoordige tijd |
| naspoelde | bijzin, verleden tijd |
| naspoelden | bijzin, verleden tijd |
| naspoelend | onvoltooid, deelwoord |
| naspoelt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| spoel na | gebiedende wijs |
| spoelde na | verleden tijd |
| te hebben nagespoeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen naspoelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart nagespoeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren nagespoeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren nagespoeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren nagespoeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was nagespoeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was nagespoeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was nagespoeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd nagespoeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd nagespoeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd nagespoeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden nagespoeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden nagespoeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden nagespoeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt nagespoeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word nagespoeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden nagespoeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden nagespoeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden nagespoeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt nagespoeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt nagespoeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal nagespoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal nagespoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal nagespoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal nagespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal nagespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal nagespoeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal nagespoeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal naspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal naspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal naspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal naspoelen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn nagespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn nagespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn nagespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt nagespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou nagespoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou nagespoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou nagespoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou nagespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou nagespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou nagespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou nagespoeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou nagespoeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou nagespoeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou naspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou naspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou naspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou naspoelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) naspoelen na zou(dt) spoelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden nagespoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden nagespoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden nagespoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden nagespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden nagespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden nagespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden nagespoeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden nagespoeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden nagespoeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden naspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden naspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden naspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden naspoelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt nagespoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt nagespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt nagespoeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt naspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt naspoelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen nagespoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen nagespoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen nagespoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen nagespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen nagespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen nagespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen nagespoeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen nagespoeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen nagespoeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen naspoelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen naspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen naspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen naspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen naspoelen | bijzin, toekomende tijd |
| zult nagespoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van na en spoelen
Woordfamilie van naspoelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nagespoeld | voltooid deelwoord | naspoelen |
| nagespoelde | woordvorm | naspoelen |
| naspoel | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | naspoelen |
| naspoelde | subordinate-clause, verleden tijd | naspoelen |
| naspoelden | subordinate-clause, verleden tijd | naspoelen |
| naspoele | with-subordinate-clause | naspoelen |
| naspoelend | onvoltooid deelwoord | naspoelen |
| naspoelende | woordvorm | naspoelen |
| naspoelt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | naspoelen |
| spoel na | gebiedende wijs | naspoelen |
| spoelde na | verleden tijd | naspoelen |
| spoelden na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | naspoelen |
| spoele na | woordvorm | naspoelen |
| spoelen na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | naspoelen |
| spoelt na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | naspoelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van naspoelen zijn vastgelegd.