politie
zelfstandig naamwoord poˈli(t)siBetekenis
- stadsbestuur
- een overheidsdienst die belast is met de handhaving van de openbare orde en veiligheid en het opsporen van wetsovertreders
- ambtenaar bij de politie
- een overheidsdienst die belast is met de handhaving van de openbare orde en veiligheid en met het opsporen van wetsovertreders
Hoe spreek je politie uit?
/poˈlitsi/
Politie bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| o | boot |
| l | land |
| i | riet |
| t | tak |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- bestuur van een stad of staat obsolete
- overheidsdienst die belast is met de handhaving van de openbare orde en veiligheid en het opsporen van wetsovertreders
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| polities | meervoud |
| politietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| politietjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
v [1]: via Middelnederlands policie / policy van laat Middelfrans policie; in de betekenis ‘stedelijk bestuur’ aangetroffen vanaf 1477, in die van ‘stedelijke regelgeving’ vanaf 1487 De spelling -c- werd uitgesproken als een wrijfklank [ts] en in het latere Frans vereenvoudigd tot een sisklank [s]).
Woordfamilie van politie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| polities | meervoud | politie |
| politietje | verkleinwoord | politie |
| politietjes | verkleinwoord meervoud | politie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van politie zijn vastgelegd.
Afleidingen en samenstellingen
- politieagent
- politieagente
- politieambtenaar
- politieauto
- politiebeambte
- politiebericht
- politiebescherming
- politiebureau
- politiebus
- politiechef
- politiecommissaris
- politiecontrole
- politiedetective
- politiedienst
- politiedossier
- politieel
- politiegeweld
- politiehond
- politiekorps
- politiemacht
- politieman
- politiemuts
- politieofficier
- politieoptreden