klauwen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈklɑuwə(n)Betekenis
- iets wegnemen van iemand en het zich wederrechtelijk toe-eigenen
Hoe spreek je klauwen uit?
/ˈklɑuwən/
Klauwen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| l | land |
| ɑu | koud |
| w | quiz |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van klauwen
klauwenhele werkwoord — klauwdeverleden tijd enkelvoud — klauwdenverleden tijd meervoud — geklauwdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | klauw | klauwde |
| jij | klauwt | klauwde |
| hij, zij, het | klauwt | klauwde |
| wij | klauwen | klauwden |
| jullie | klauwen | klauwden |
| zij | klauwen | klauwden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is geklauwd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geklauwd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geklauwd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geklauwd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geklauwd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geklauwd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geklauwd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geklauwd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geklauwd | verleden tijd, deelwoord |
| geklauwd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geklauwd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geklauwd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geklauwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geklauwd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geklauwd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geklauwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geklauwd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geklauwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geklauwd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geklauwd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geklauwd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geklauwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geklauwd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geklauwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geklauwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geklauwd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| klauw | gebiedende wijs |
| klauwde | verleden tijd |
| klauwe | aanvoegende wijs |
| klauwend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geklauwd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te klauwen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen klauwen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geklauwd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geklauwd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geklauwd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal klauwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal klauwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal klauwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geklauwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geklauwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geklauwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou klauwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou klauwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou klauwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geklauwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geklauwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geklauwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden klauwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden klauwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden klauwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geklauwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt klauwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geklauwd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geklauwd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geklauwd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen klauwen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen klauwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen klauwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen klauwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geklauwd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult klauwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord klauw
Herkomst
ww afgeleid van klauw zn met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van klauwen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geklauwd | voltooid deelwoord | klauwen |
| geklauwde | woordvorm | klauwen |
| klauwde | verleden tijd | klauwen |
| klauwden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | klauwen |
| klauwe | aanvoegende wijs | klauwen |
| klauwend | onvoltooid deelwoord | klauwen |
| klauwende | woordvorm | klauwen |
| klauwt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | klauwen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klauwen zijn vastgelegd.