klauw
zelfstandig naamwoord, werkwoord /klʌu/Betekenis
- poot / kromme nagel van een roofdier
- (grof) hand
Hoe spreek je klauw uit?
/klʌu/
Klauw bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| l | land |
| ʌu | koud |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- uiteinde van een poot met kromme nagels van een roofdier
- hand informal
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| klauwen | meervoud |
| klauwtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| klauwtjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van klauwen
- gebiedende wijs van klauwen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van klauwen
Vervoeging van klauw
klauwhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘nagel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Woordfamilie van klauw
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| klauwtje | verkleinwoord | klauw |
| klauwtjes | verkleinwoord meervoud | klauw |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klauw zijn vastgelegd.