Naar de inhoud

verbouwen

anders bouwen

verbouwen

werkwoord vərˈbɑuwə(n)

Betekenis

  1. anders bouwen
  2. planten telen

Hoe spreek je verbouwen uit?

/vərˈbɑuwən/

Verbouwen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈbɑuwən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
b bak
ɑu koud
w quiz
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van verbouwen

verbouwenhele werkwoord — verbouwdeverleden tijd enkelvoud — verbouwdenverleden tijd meervoud — verbouwdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verbouw verbouwde
jij verbouwt verbouwde
hij, zij, het verbouwt verbouwde
wij verbouwen verbouwden
jullie verbouwen verbouwden
zij verbouwen verbouwden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verbouwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verbouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verbouwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verbouwd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verbouwd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verbouwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verbouwd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verbouwd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verbouwd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verbouwd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verbouwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verbouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verbouwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verbouwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verbouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verbouwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verbouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verbouwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verbouwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verbouwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verbouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verbouwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verbouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verbouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verbouwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verbouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verbouwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verbouwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verbouwen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verbouwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verbouw gebiedende wijs
verbouwd verleden tijd, deelwoord
verbouwd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verbouwd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verbouwd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verbouwd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verbouwd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verbouwd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verbouwd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verbouwd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verbouwd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verbouwd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verbouwde verleden tijd
verbouwe aanvoegende wijs
verbouwend onvoltooid, deelwoord
waart verbouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verbouwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verbouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verbouwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verbouwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verbouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verbouwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verbouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verbouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verbouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verbouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verbouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verbouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verbouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verbouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verbouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verbouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verbouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verbouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verbouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verbouwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verbouwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verbouwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verbouwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verbouwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verbouwd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verbouwd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verbouwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verbouwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verbouwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn verbouwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verbouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verbouwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verbouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verbouwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verbouwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verbouwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verbouwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verbouwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verbouwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verbouwd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verbouwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verbouwd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verbouwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verbouwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verbouwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verbouwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verbouwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verbouwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verbouwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verbouwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verbouwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verbouwd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verbouwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verbouwd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verbouwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verbouwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verbouwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verbouwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verbouwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verbouwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verbouwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verbouwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verbouwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verbouwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verbouwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verbouwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verbouwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verbouwd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verbouwd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verbouwd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verbouwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verbouwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verbouwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verbouwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verbouwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verbouwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verbouwd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verbouwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van bouwen met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verbouwen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verbouwd voltooid deelwoord verbouwen
verbouwde verleden tijd verbouwen
verbouwden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verbouwen
verbouwe aanvoegende wijs verbouwen
verbouwend onvoltooid deelwoord verbouwen
verbouwende woordvorm verbouwen
verbouwt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verbouwen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verbouwen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verbouwen

Hoe spreek je verbouwen uit?
De uitspraak van verbouwen is: /vərˈbɑuwə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent verbouwen?
Verbouwen is een werkwoord. Het woord betekent: anders bouwen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je verbouwen?
Je vervoegt verbouwen als volgt: de tegenwoordige tijd is verbouw, de verleden tijd is verbouwde en het voltooid deelwoord is verbouwd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op verbouwen?

Er staan 25 woorden in dit woordenboek die op verbouwen rijmen, waaronder litouwen, aanschouwen en vertrouwen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op verbouwen, uitspraak vərˈbɑuwən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
litouwen 3
aanschouwen 3
vertrouwen 3
beschouwen 3
miauwen 3
rouwen 2
touwen 2
klauwen 2
knauwen 2
berouwen 3
herkauwen 3
mauwen 2
jouen 2
consumentenvertrouwen 7
versjouwen 3
gebouwen 3
ineengevouwen 5
kerkgebouwen 5
lesgebouwen 4
noodgebouwen 4
overbouwen 4
pyjamamouwen 5
vrouwen 2
watjekouwen 4
wetenschapsvrouwen 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verbouwen is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. B 3
  5. O 1
  6. U 4
  7. W 5
  8. E 1
  9. N 1
  10. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verbouwen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. B 4
  5. O 1
  6. U 2
  7. W 5
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 zonder bonus
  11. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verbouwen in het kort

verbouwen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van verbouwen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verbouwen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verbouwen: anders bouwen
Deel verbouwen — standaardnederlands.nl