Naar de inhoud

aanschouwen

zien, gadeslaan

aanschouwen

werkwoord anˈsxɑuwə(n)

Betekenis

  1. zien, gadeslaan
  2. ten aanschouwen van: in tegenwoordigheid van

Hoe spreek je aanschouwen uit?

/anˈsxɑuwən/

Aanschouwen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /anˈsxɑuwən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
s sok
x acht
ɑu koud
w quiz
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van aanschouwen

aanschouwenhele werkwoord — aanschouwdeverleden tijd enkelvoud — aanschouwdenverleden tijd meervoud — aanschouwdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik aanschouw aanschouwde
jij aanschouwt aanschouwde
hij, zij, het aanschouwt aanschouwde
wij aanschouwen aanschouwden
jullie aanschouwen aanschouwden
zij aanschouwen aanschouwden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aanschouw gebiedende wijs
aanschouwd verleden tijd, deelwoord
aanschouwd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aanschouwd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aanschouwd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aanschouwd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aanschouwd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aanschouwd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aanschouwd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aanschouwd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanschouwd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanschouwd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanschouwde verleden tijd
aanschouwe aanvoegende wijs
aanschouwend onvoltooid, deelwoord
ben aanschouwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aanschouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aanschouwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aanschouwd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aanschouwd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aanschouwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aanschouwd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aanschouwd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aanschouwd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aanschouwd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aanschouwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aanschouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aanschouwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aanschouwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aanschouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aanschouwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aanschouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aanschouwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aanschouwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aanschouwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aanschouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aanschouwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aanschouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aanschouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aanschouwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aanschouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aanschouwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te aanschouwen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben aanschouwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanschouwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aanschouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aanschouwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aanschouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aanschouwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aanschouwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aanschouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aanschouwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aanschouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aanschouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aanschouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aanschouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aanschouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aanschouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aanschouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aanschouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aanschouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aanschouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aanschouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aanschouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aanschouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aanschouwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aanschouwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aanschouwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanschouwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aanschouwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aanschouwd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aanschouwd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanschouwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanschouwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanschouwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn aanschouwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aanschouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aanschouwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aanschouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aanschouwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aanschouwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aanschouwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanschouwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aanschouwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aanschouwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aanschouwd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aanschouwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aanschouwd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanschouwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanschouwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanschouwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden aanschouwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aanschouwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aanschouwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanschouwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanschouwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanschouwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanschouwd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aanschouwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aanschouwd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanschouwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanschouwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanschouwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt aanschouwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanschouwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanschouwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanschouwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen aanschouwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aanschouwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aanschouwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanschouwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanschouwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanschouwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanschouwd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aanschouwd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aanschouwd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanschouwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanschouwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanschouwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanschouwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult aanschouwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult aanschouwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult aanschouwd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult aanschouwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van aan vz en schouwen ww

Woordfamilie van aanschouwen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aanschouwd voltooid deelwoord aanschouwen
aanschouwde verleden tijd aanschouwen
aanschouwden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanschouwen
aanschouwe aanvoegende wijs aanschouwen
aanschouwend onvoltooid deelwoord aanschouwen
aanschouwende woordvorm aanschouwen
aanschouwt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aanschouwen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanschouwen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over aanschouwen

Hoe spreek je aanschouwen uit?
De uitspraak van aanschouwen is: /anˈsxɑuwə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent aanschouwen?
Aanschouwen is een werkwoord. Het woord betekent: zien, gadeslaan. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je aanschouwen?
Je vervoegt aanschouwen als volgt: de tegenwoordige tijd is aanschouw, de verleden tijd is aanschouwde en het voltooid deelwoord is aanschouwd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op aanschouwen?

Aanschouwen rijmt op 25 woorden op -ouwen; litouwen, vertrouwen en beschouwen bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op aanschouwen, uitspraak anˈsxɑuwən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
litouwen 3
vertrouwen 3
beschouwen 3
miauwen 3
rouwen 2
touwen 2
klauwen 2
verbouwen 3
knauwen 2
berouwen 3
herkauwen 3
mauwen 2
jouen 2
consumentenvertrouwen 7
versjouwen 3
gebouwen 3
ineengevouwen 5
kerkgebouwen 5
lesgebouwen 4
noodgebouwen 4
overbouwen 4
pyjamamouwen 5
vrouwen 2
watjekouwen 4
wetenschapsvrouwen 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanschouwen is 26 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. C 5
  6. H 4
  7. O 1
  8. U 4
  9. W 5
  10. E 1
  11. N 1
  12. 26 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanschouwen levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. C 5
  6. H 4
  7. O 1
  8. U 2
  9. W 5
  10. E 1
  11. N 1
  12. 24 zonder bonus
  13. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanschouwen in het kort

aanschouwen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van aanschouwen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort aanschouwen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

aanschouwen: zien, gadeslaan
Deel aanschouwen — standaardnederlands.nl