kaddisj
zelfstandig naamwoord /ˈkɑdiʃ/Betekenis
- een joods gebed waarin Gods naam wordt geheiligd, onder meer uitgesproken bij het begraven en herdenken van overledenen
- aanduiding voor de zoon die de kaddisj bij de begrafenis en herdenking van zijn vader uitspreekt
Hoe spreek je kaddisj uit?
/ˈkɑdiʃ/
Kaddisj bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑ | bad |
| d | dak |
| i | riet |
| ʃ | sjaal |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als kaddiesj.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| Kaddesj | |
| Kaddiesj | |
| kaddisjen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Jiddisch, in de betekenis van ‘gebed ter herdenking van een dode’ voor het eerst aangetroffen in 1832
Woordfamilie van kaddisj
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kaddisjen | meervoud | kaddisj |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kaddisj zijn vastgelegd.