exit
bijwoord, zelfstandig naamwoord ˈɛksɪtBetekenis
- verlaat het toneel (regie-aanwijzing over acteurs)
- uitgespeeld, voorbij met, over, weg
- verlaten van het toneel door een acteur
- abrupt vertrek uit het publieke leven
- het weggaan, verlaten
- manier om ergens uit te komen
- uitgang
- naar buiten gaan
- vertrekken
Hoe spreek je exit uit?
/ˈɛksɪt/
Exit bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɛ | bed |
| k | kat |
| s | sok |
| ɪ | pit |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijwoord
- verlaat het toneel
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘hij gaat af (van toneel)’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van exit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| exits | meervoud | exit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van exit zijn vastgelegd.