dank
zelfstandig naamwoord, werkwoord dɑŋkBetekenis
- een goede gezindheid jegens iemand voor bewezen diensten
- dankzij
- dank
- bedankje
Hoe spreek je dank uit?
/dɑŋk/
Dank bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| k | kat |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dankje | verkleinwoord, enkelvoud |
| dankjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van danken
- gebiedende wijs van danken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van danken
Vervoeging van dank
dankhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘erkentelijkheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901