danken
werkwoord ˈdɑŋkə(n)Betekenis
- erkentelijkheid aan iemand betonen, laten merken dat je blij bent met de aangeboden hulp
- bedanken
Hoe spreek je danken uit?
/ˈdɑŋkən/
Danken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van danken
dankenhele werkwoord — dankteverleden tijd enkelvoud — danktenverleden tijd meervoud — gedanktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dank | dankte |
| jij | dankt | dankte |
| hij, zij, het | dankt | dankte |
| wij | danken | dankten |
| jullie | danken | dankten |
| zij | danken | dankten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dank | gebiedende wijs |
| danke | aanvoegende wijs |
| dankend | onvoltooid, deelwoord |
| dankte | verleden tijd |
| er is gedankt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedankt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedankt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedankt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedankt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedankt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedankt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedankt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedankt | verleden tijd, deelwoord |
| gedankt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedankt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedankt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedankt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedankt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedankt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedankt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedankt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedankt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedankt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedankt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedankt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedankt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedankt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedankt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedankt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedankt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te danken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedankt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen danken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal danken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal danken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal danken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedankt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedankt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedankt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou danken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou danken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou danken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedankt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedankt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedankt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden danken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden danken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden danken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedankt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedankt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedankt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt danken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedankt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen danken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen danken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen danken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen danken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedankt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedankt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedankt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult danken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedankt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘dank betuigen’ voor het eerst aangetroffen in 1100
Woordfamilie van danken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| danke | aanvoegende wijs | danken |
| dankend | onvoltooid deelwoord | danken |
| dankende | woordvorm | danken |
| dankt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | danken |
| dankte | verleden tijd | danken |
| dankten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | danken |
| gedankt | voltooid deelwoord | danken |
| gedankte | woordvorm | danken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van danken zijn vastgelegd.