drank
zelfstandig naamwoord /drɑŋk/Betekenis
- te drinken vloeistof om de dorst te lessen
- als 1, maar dan specifiek met alcohol
- drinkbaar geneesmiddel
Hoe spreek je drank uit?
/drɑŋk/
Drank bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| k | kat |
zelfstandig naamwoord — masculine
- als [1], maar dan specifiek met alcohol
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dranken | meervoud |
| drankje | verkleinwoord, enkelvoud |
| drankjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘drinkbaar vocht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Woordfamilie van drank
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dranken | meervoud | drank |
| drankjes | verkleinwoord meervoud | drank |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van drank zijn vastgelegd.