schrank
zelfstandig naamwoord, werkwoord sxrɑŋkBetekenis
- schraag, slagboom
- 6 leggen vlas
Hoe spreek je schrank uit?
/sxrɑŋk/
Schrank bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| k | kat |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schranken
- gebiedende wijs van schranken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schranken
Vervoeging van schrank
schrankhele werkwoord
Herkomst
uit het Duits