boventallig
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- boven het normale aantal uitgaande, met name voor een werknemer die ergens werkt waar het benodigde aantal werkers reeds aanwezig is
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| boventallige | verbogen, stellende trap |
| boventalliger | onverbogen, vergrotende trap |
| boventalligere | verbogen, vergrotende trap |
| boventalligers | partitief, vergrotende trap |
| boventalligs | partitief, stellende trap |
| boventalligst | onverbogen, overtreffende trap |
| boventalligste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Samenstellende afleiding van boven en tal met het achtervoegsel -ig
Woordfamilie van boventallig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| boventallige | verbogen vorm | boventallig |
| boventalliger | vergrotende trap | boventallig |
| boventalligere | verbogen vergrotende trap | boventallig |
| boventalligers | partitieve vergrotende trap | boventallig |
| boventalligs | partitive, positive | boventallig |
| boventalligst | uninflected, superlative | boventallig |
| boventalligste | inflected, superlative | boventallig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van boventallig zijn vastgelegd.