blessen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈblɛsə(n)Betekenis
- als teken wat schors van een boom verwijderen, zodat een kale plek onstaat
Hoe spreek je blessen uit?
/ˈblɛsən/
Blessen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| l | land |
| ɛ | bed |
| s | sok |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- als teken wat schors van een boom verwijderen, zodat een kale plek ontstaat transitive
Vervoeging van blessen
blessenhele werkwoord — blesteverleden tijd enkelvoud — blestenverleden tijd meervoud — geblestvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bles | bleste |
| jij | blest | bleste |
| hij, zij, het | blest | bleste |
| wij | blessen | blesten |
| jullie | blessen | blesten |
| zij | blessen | blesten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geblest | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geblest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bles | gebiedende wijs |
| blesse | aanvoegende wijs |
| blessend | onvoltooid, deelwoord |
| bleste | verleden tijd |
| er is geblest | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geblest | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geblest | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geblest | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geblest worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geblest zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geblest worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geblest zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geblest | verleden tijd, deelwoord |
| geblest te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geblest te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geblest te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geblest te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geblest te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geblest worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geblest zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geblest zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geblest zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geblest zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geblest | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geblest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geblest | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geblest | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geblest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geblest | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geblest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geblest | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geblest | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geblest | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geblest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geblest | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geblest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geblest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geblest | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geblest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geblest | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te blessen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geblest | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen blessen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geblest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geblest | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geblest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geblest | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geblest | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geblest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geblest | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geblest | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geblest | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geblest | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geblest | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geblest | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geblest | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geblest | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geblest | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geblest | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geblest | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geblest | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geblest | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geblest | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal blessen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal blessen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal blessen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geblest hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geblest hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geblest hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geblest worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geblest worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geblest zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geblest zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geblest | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geblest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geblest | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geblest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou blessen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou blessen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou blessen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geblest hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geblest hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geblest hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geblest worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geblest worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geblest worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geblest zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geblest zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geblest zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden blessen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden blessen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden blessen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geblest hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geblest hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geblest hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geblest worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geblest worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geblest worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geblest zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geblest zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geblest zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt blessen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geblest hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geblest worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geblest zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen blessen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen blessen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen blessen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen blessen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geblest hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geblest hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geblest hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geblest worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geblest worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geblest worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geblest zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geblest zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geblest zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult blessen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geblest hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geblest worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geblest zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord bles
Herkomst
[werkwoord] bles ("kale plek in de schors van een boom") met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van blessen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| blessend | onvoltooid deelwoord | blessen |
| blessende | woordvorm | blessen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van blessen zijn vastgelegd.