betrappen
werkwoordBetekenis
- iemand ~: getuige worden van het feit dat iemand iets (verbodens) doet
- iemand ~: getuige worden van een feit dat verborgen had moeten blijven
Vervoeging van betrappen
betrappenhele werkwoord — betrapteverleden tijd enkelvoud — betraptenverleden tijd meervoud — betraptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | betrap | betrapte |
| jij | betrapt | betrapte |
| hij, zij, het | betrapt | betrapte |
| wij | betrappen | betrapten |
| jullie | betrappen | betrapten |
| zij | betrappen | betrapten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben betrapt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent betrapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| betrap | gebiedende wijs |
| betrappe | aanvoegende wijs |
| betrappend | onvoltooid, deelwoord |
| betrapt | verleden tijd, deelwoord |
| betrapt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| betrapt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| betrapt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| betrapt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| betrapt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| betrapt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| betrapt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| betrapt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| betrapt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| betrapt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| betrapte | verleden tijd |
| er is betrapt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was betrapt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd betrapt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt betrapt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal betrapt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal betrapt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou betrapt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou betrapt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had betrapt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had betrapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had betrapt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden betrapt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden betrapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden betrapt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt betrapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb betrapt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben betrapt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben betrapt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben betrapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben betrapt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt betrapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft betrapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft betrapt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is betrapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is betrapt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te betrappen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben betrapt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen betrappen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart betrapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren betrapt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren betrapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren betrapt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was betrapt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was betrapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was betrapt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd betrapt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd betrapt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd betrapt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden betrapt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden betrapt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden betrapt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt betrapt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word betrapt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden betrapt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden betrapt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden betrapt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt betrapt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt betrapt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal betrappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal betrappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal betrappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal betrapt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal betrapt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal betrapt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal betrapt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal betrapt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal betrapt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal betrapt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn betrapt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn betrapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn betrapt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt betrapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou betrappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou betrappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou betrappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou betrapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou betrapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou betrapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou betrapt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou betrapt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou betrapt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou betrapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou betrapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou betrapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden betrappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden betrappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden betrappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden betrapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden betrapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden betrapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden betrapt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden betrapt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden betrapt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden betrapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden betrapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden betrapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt betrappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt betrapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt betrapt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt betrapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen betrappen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen betrappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen betrappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen betrappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen betrapt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen betrapt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen betrapt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen betrapt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen betrapt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen betrapt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen betrapt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen betrapt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen betrapt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult betrappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult betrapt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult betrapt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult betrapt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘verrassen’ voor het eerst aangetroffen in 1265
Woordfamilie van betrappen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| betrap | gebiedende wijs | betrappen |
| betrappe | aanvoegende wijs | betrappen |
| betrappend | onvoltooid deelwoord | betrappen |
| betrappende | woordvorm | betrappen |
| betrapt | voltooid deelwoord | betrappen |
| betrapte | verleden tijd | betrappen |
| betrapten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | betrappen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van betrappen zijn vastgelegd.