negenoog
zelfstandig naamwoord ˈneɣənˌoxBetekenis
- steenpuist omgeven door andere steenpuisten die ineenvloeien (karbonkel)
- riviervis
Hoe spreek je negenoog uit?
/ˈnexənˌox/
Negenoog bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| e | veel |
| x | acht |
| ə | de |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- steenpuist omgeven door andere steenpuisten die ineenvloeien
- benaming voor riviervissen uit de familie Petromyzontidae
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| negenogen | meervoud |
| negenoogje | verkleinwoord, enkelvoud |
| negenoogjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van negen ht en oog zn , in de betekenis van ‘kaakloze vis’ voor het eerst aangetroffen in 1477
Woordfamilie van negenoog
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| negenogen | meervoud | negenoog |
| negenoogje | verkleinwoord | negenoog |
| negenoogjes | verkleinwoord meervoud | negenoog |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van negenoog zijn vastgelegd.