gynaecoloog
zelfstandig naamwoord /ɣinekoˈlox/Betekenis
- specialist voor problemen die specifiek betrekking hebben op vrouwen (met name het vrouwelijk voortplantingssysteem)
Hoe spreek je gynaecoloog uit?
/xinekoˈlox/
Gynaecoloog bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| i | riet |
| n | nek |
| e | veel |
| k | kat |
| o | boot |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gynaecologen | meervoud |
Herkomst
Afkomstig van het oud-Griekse gyne, γυνή, modern-Griekse gynaika, γυναίκα, met als betekenis vrouw met het achtervoegsel -loog
Woordfamilie van gynaecoloog
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gynaecologen | meervoud | gynaecoloog |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gynaecoloog zijn vastgelegd.