beramen
werkwoord /bə'ramə(n)/Betekenis
- iets bedenken wat men wil uitvoeren (vaak negatief)
- begroten, berekenen
Hoe spreek je beramen uit?
/bəˈramən/
Beramen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| r | rood |
| a | maan |
| m | maan |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van beramen
beramenhele werkwoord — beraamdeverleden tijd enkelvoud — beraamdenverleden tijd meervoud — beraamdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | beraam | beraamde |
| jij | beraamt | beraamde |
| hij, zij, het | beraamt | beraamde |
| wij | beramen | beraamden |
| jullie | beramen | beraamden |
| zij | beramen | beraamden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben beraamd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent beraamd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| beraam | gebiedende wijs |
| beraamd | verleden tijd, deelwoord |
| beraamd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beraamd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beraamd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beraamd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beraamd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beraamd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beraamd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beraamd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beraamd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beraamd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beraamde | verleden tijd |
| berame | aanvoegende wijs |
| beramend | onvoltooid, deelwoord |
| er is beraamd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was beraamd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd beraamd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt beraamd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal beraamd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal beraamd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou beraamd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou beraamd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had beraamd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had beraamd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had beraamd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden beraamd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden beraamd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden beraamd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt beraamd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb beraamd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beraamd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben beraamd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beraamd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben beraamd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt beraamd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beraamd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beraamd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is beraamd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is beraamd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te beramen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben beraamd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen beramen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart beraamd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beraamd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren beraamd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beraamd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was beraamd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was beraamd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was beraamd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd beraamd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd beraamd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd beraamd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden beraamd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden beraamd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden beraamd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt beraamd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word beraamd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden beraamd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden beraamd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden beraamd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt beraamd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt beraamd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal beraamd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beraamd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal beraamd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beraamd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beraamd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal beraamd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beraamd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beramen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal beramen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal beramen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn beraamd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn beraamd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn beraamd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt beraamd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou beraamd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beraamd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beraamd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beraamd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beraamd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou beraamd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beraamd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beraamd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beraamd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beramen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou beramen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou beramen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden beraamd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beraamd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beraamd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beraamd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beraamd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beraamd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beraamd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beraamd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beraamd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beramen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beramen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beramen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt beraamd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beraamd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beraamd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beramen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen beraamd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beraamd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beraamd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beraamd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beraamd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beraamd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beraamd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beraamd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beraamd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beramen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen beramen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beramen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beramen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult beraamd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beraamd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beraamd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beramen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van ramen met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van beramen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beraam | gebiedende wijs | beramen |
| beraamd | voltooid deelwoord | beramen |
| beraamde | verleden tijd | beramen |
| beraamden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | beramen |
| beraamt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | beramen |
| berame | aanvoegende wijs | beramen |
| beramend | onvoltooid deelwoord | beramen |
| beramende | woordvorm | beramen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beramen zijn vastgelegd.