bedenken
werkwoord bəˈdɛŋkə(n)Betekenis
- gedachten laten gaan over, denken over, overwegen
- door nadenken vinden, verzinnen
- iets schenken aan
- zich ~: op een besluit terugkomen, van gedachten veranderen
Hoe spreek je bedenken uit?
/bəˈdɛŋkən/
Bedenken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| d | dak |
| ɛ | bed |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van bedenken
bedenkenhele werkwoord — bedachtverleden tijd enkelvoud — bedachtenverleden tijd meervoud — bedachtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bedenk | bedacht |
| jij | bedenkt | bedacht |
| hij, zij, het | bedenkt | bedacht |
| wij | bedenken | bedachten |
| jullie | bedenken | bedachten |
| zij | bedenken | bedachten |
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| bedacht | verleden tijd |
| bedacht | verleden tijd, deelwoord |
| bedacht je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| bedacht me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| bedacht te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bedacht te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bedacht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bedacht te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bedacht te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bedacht u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| bedacht u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| bedacht worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bedacht zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| bedacht zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| bedacht zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| bedacht zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bedacht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bedacht zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bedacht zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bedachten je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| bedachten ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| bedachten zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| bedenk | gebiedende wijs |
| bedenk me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| bedenk u/je , bedenkt je | gebiedende wijs |
| bedenke | aanvoegende wijs |
| bedenke zich | aanvoegende wijs |
| bedenken je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| bedenken ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| bedenken zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| bedenkend | onvoltooid, deelwoord |
| bedenkt je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| bedenkt u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| bedenkt u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| bedenkt zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| bedenkt zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| bedenkt zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| ben bedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is bedacht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bedacht | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bedacht | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bedacht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bedacht worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bedacht zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bedacht worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bedacht zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bedacht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bedacht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bedacht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bedacht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bedacht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bedacht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bedacht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bedacht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bedenken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bedacht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bedenken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bedacht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bedacht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bedacht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bedacht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bedacht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bedacht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bedacht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bedacht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bedacht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bedacht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bedacht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bedacht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bedacht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bedacht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bedacht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bedacht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bedacht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bedacht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bedacht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bedacht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bedacht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bedacht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bedacht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bedacht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bedacht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bedacht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bedacht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bedenken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bedenken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bedenken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal me bedenken | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal zich bedenken | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je bedenken | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich bedacht hebben | verleden tijd |
| zich bedenkend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn bedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bedacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bedacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bedacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bedacht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bedacht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bedacht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bedacht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bedacht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bedacht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bedenken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bedenken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bedenken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bedacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bedacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bedacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bedacht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bedacht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bedacht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bedacht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bedacht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bedacht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bedenken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bedenken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bedenken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bedacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bedacht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bedacht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bedenken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bedacht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bedacht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bedacht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bedacht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
Herkomst
Afgeleid van denken met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van bedenken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bedachten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bedenken |
| bedenk | gebiedende wijs | bedenken |
| bedenke | aanvoegende wijs | bedenken |
| bedenkend | onvoltooid deelwoord | bedenken |
| bedenkende | woordvorm | bedenken |
| bedenkt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bedenken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bedenken zijn vastgelegd.