Naar de inhoud

bedenken

gedachten laten gaan over, denken over, overwegen

bedenken

werkwoord bəˈdɛŋkə(n)

Betekenis

  1. gedachten laten gaan over, denken over, overwegen
  2. door nadenken vinden, verzinnen
  3. iets schenken aan
  4. zich ~: op een besluit terugkomen, van gedachten veranderen

Hoe spreek je bedenken uit?

/bəˈdɛŋkən/

Bedenken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bəˈdɛŋkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
d dak
ɛ bed
ŋ ding
k kat
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van bedenken

bedenkenhele werkwoord — bedachtverleden tijd enkelvoud — bedachtenverleden tijd meervoud — bedachtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bedenk bedacht
jij bedenkt bedacht
hij, zij, het bedenkt bedacht
wij bedenken bedachten
jullie bedenken bedachten
zij bedenken bedachten
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
bedacht verleden tijd
bedacht verleden tijd, deelwoord
bedacht je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
bedacht me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
bedacht te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bedacht te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bedacht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bedacht te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bedacht te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bedacht u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
bedacht u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
bedacht worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bedacht zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
bedacht zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
bedacht zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
bedacht zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bedacht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bedacht zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bedacht zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bedachten je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
bedachten ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
bedachten zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
bedenk gebiedende wijs
bedenk me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
bedenk u/je , bedenkt je gebiedende wijs
bedenke aanvoegende wijs
bedenke zich aanvoegende wijs
bedenken je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
bedenken ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
bedenken zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
bedenkend onvoltooid, deelwoord
bedenkt je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
bedenkt u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
bedenkt u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
bedenkt zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
bedenkt zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
bedenkt zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
ben bedacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bedacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is bedacht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bedacht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bedacht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bedacht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bedacht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bedacht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bedacht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bedacht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bedacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bedacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bedacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bedacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bedacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bedacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bedacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bedacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bedacht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bedacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bedacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bedacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bedacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bedacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bedacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bedacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bedacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bedenken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bedacht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bedenken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bedacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bedacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bedacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bedacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bedacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bedacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bedacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bedacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bedacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bedacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bedacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bedacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bedacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bedacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bedacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bedacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bedacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bedacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bedacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bedacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bedacht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bedacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bedacht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bedacht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bedacht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bedacht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bedacht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bedenken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bedenken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bedenken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal me bedenken eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich bedenken derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je bedenken tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich bedacht hebben verleden tijd
zich bedenkend onvoltooid, deelwoord
zijn bedacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bedacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bedacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bedacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bedacht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bedacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bedacht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bedacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bedacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bedacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bedacht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bedacht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bedacht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bedenken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bedenken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bedenken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden bedacht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bedacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bedacht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bedacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bedacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bedacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bedacht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bedacht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bedacht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bedenken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bedenken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bedenken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt bedacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bedacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bedacht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bedenken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen bedacht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bedacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bedacht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bedacht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon

Herkomst

Afgeleid van denken met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van bedenken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bedachten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bedenken
bedenk gebiedende wijs bedenken
bedenke aanvoegende wijs bedenken
bedenkend onvoltooid deelwoord bedenken
bedenkende woordvorm bedenken
bedenkt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bedenken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bedenken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over bedenken

Hoe spreek ik bedenken uit?
Zo spreek je bedenken uit: /bəˈdɛŋkə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van bedenken?
Bedenken is een werkwoord. De betekenis is: gedachten laten gaan over, denken over, overwegen. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik bedenken?
Zo vervoeg je bedenken zo: de tegenwoordige tijd is bedenk, de verleden tijd is bedacht en het voltooid deelwoord is bedacht. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op bedenken?

In dit woordenboek rijmen 10 woorden op -denken op bedenken, zoals schenken, verdenken en denken. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op bedenken, uitspraak bəˈdɛŋkən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
schenken 2
verdenken 2
denken 2
drenken 2
herdenken 3
achterdenken 4
enken 2
hokjesdenken 4
marktdenken 4
zieligheidsdenken 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bedenken is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. D 2
  4. E 1
  5. N 1
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bedenken levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. D 2
  4. E 1
  5. N 1
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bedenken in het kort

bedenken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van bedenken staan er 102 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bedenken bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bedenken: gedachten laten gaan over, denken over, overwegen
Deel bedenken — standaardnederlands.nl