Naar de inhoud

denken

een oplossing proberen te zoeken, nadenken

denken

werkwoord ˈdɛŋkə(n)

Betekenis

  1. een oplossing proberen te zoeken, nadenken
  2. biologisch proces in de hersenen
  3. een bepaalde mening toegedaan zijn
  4. aan: iets of iemand in gedachten hebben
  5. aan: niet vergeten
  6. om: rekening houden met, niet vergeten
  7. over: het plan hebben om iets te doen, maar nog niet zeker weten of dat ook echt in de praktijk wordt gebracht

Hoe spreek je denken uit?

/ˈdɛŋkən/

Denken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈdɛŋkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
d dak
ɛ bed
ŋ ding
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Klinkt hetzelfde als verdenken.

werkwoord

  1. ~ aan: iets of iemand in gedachten hebben
  2. ~ aan: niet vergeten
  3. ~ om: rekening houden met, niet vergeten
  4. ~ over: het plan hebben om iets te doen, maar nog niet zeker weten of dat ook echt in de praktijk wordt gebracht

Vervoeging van denken

denkenhele werkwoord — dachtverleden tijd enkelvoud — dachtenverleden tijd meervoud — gedachtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik denk dacht
jij denkt dacht
hij, zij, het denkt dacht
wij denken dachten
jullie denken dachten
zij denken dachten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gedacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gedacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
dacht verleden tijd
denk gebiedende wijs
denke aanvoegende wijs
denkend onvoltooid, deelwoord
er is gedacht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedacht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedacht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedacht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedacht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedacht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedacht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedacht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedacht verleden tijd, deelwoord
gedacht te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedacht te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedacht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedacht te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedacht te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedacht worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedacht zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedacht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedacht zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedacht zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedacht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gedacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gedacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te denken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedacht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen denken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gedacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gedacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gedacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gedacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gedacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gedacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gedacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gedacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gedacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gedacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gedacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gedacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gedacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gedacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gedacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gedacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gedacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gedacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal denken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal denken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal denken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedacht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedacht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gedacht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedacht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gedacht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedacht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gedacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gedacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gedacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gedacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou denken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou denken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou denken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedacht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedacht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gedacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gedacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedacht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedacht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedacht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden denken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden denken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden denken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedacht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedacht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gedacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gedacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedacht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedacht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedacht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt denken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedacht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen denken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen denken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen denken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen denken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedacht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedacht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedacht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gedacht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gedacht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedacht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedacht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedacht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult denken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedacht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedacht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘geestesarbeid verrichten, het verstand gebruiken’ voor het eerst aangetroffen in 901.

Woordfamilie van denken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dacht verleden tijd denken
dachten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon denken
denk gebiedende wijs denken
denke aanvoegende wijs denken
denkt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon denken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van denken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over denken

Hoe spreek ik denken uit?
Zo spreek je denken uit: /ˈdɛŋkə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van denken?
Denken is een werkwoord. De betekenis is: een oplossing proberen te zoeken, nadenken. In totaal staan er 11 betekenissen.
Hoe vervoeg ik denken?
Zo vervoeg je denken zo: de tegenwoordige tijd is denk, de verleden tijd is dacht en het voltooid deelwoord is gedacht. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op denken?

Denken rijmt op 10 woorden op -enken; schenken, verdenken en bedenken bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op denken, uitspraak ˈdɛŋkən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
schenken 2
verdenken 2
bedenken 3
drenken 2
herdenken 3
achterdenken 4
enken 2
hokjesdenken 4
marktdenken 4
zieligheidsdenken 5

Scrabble punten

Naar spel

Het woord denken is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. E 1
  3. N 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

denken levert met Wordfeud minimaal 9 en maximaal 45 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. E 1
  3. N 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 zonder bonus
  8. 45 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

denken telt 6 letters, waarvan 4 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

denken in het kort

denken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 11 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van denken staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort denken bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

denken: een oplossing proberen te zoeken, nadenken
Deel denken — standaardnederlands.nl