denken
werkwoord ˈdɛŋkə(n)Betekenis
- een oplossing proberen te zoeken, nadenken
- biologisch proces in de hersenen
- een bepaalde mening toegedaan zijn
- aan: iets of iemand in gedachten hebben
- aan: niet vergeten
- om: rekening houden met, niet vergeten
- over: het plan hebben om iets te doen, maar nog niet zeker weten of dat ook echt in de praktijk wordt gebracht
Hoe spreek je denken uit?
/ˈdɛŋkən/
Denken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɛ | bed |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als verdenken.
werkwoord
- ~ aan: iets of iemand in gedachten hebben
- ~ aan: niet vergeten
- ~ om: rekening houden met, niet vergeten
- ~ over: het plan hebben om iets te doen, maar nog niet zeker weten of dat ook echt in de praktijk wordt gebracht
Vervoeging van denken
denkenhele werkwoord — dachtverleden tijd enkelvoud — dachtenverleden tijd meervoud — gedachtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | denk | dacht |
| jij | denkt | dacht |
| hij, zij, het | denkt | dacht |
| wij | denken | dachten |
| jullie | denken | dachten |
| zij | denken | dachten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| dacht | verleden tijd |
| denk | gebiedende wijs |
| denke | aanvoegende wijs |
| denkend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedacht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedacht | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedacht | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedacht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedacht worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedacht zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedacht worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedacht zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedacht | verleden tijd, deelwoord |
| gedacht te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedacht te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedacht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedacht te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedacht te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedacht worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedacht zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedacht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedacht zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedacht zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedacht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedacht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedacht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedacht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedacht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedacht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedacht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedacht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te denken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedacht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen denken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedacht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedacht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedacht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedacht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedacht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedacht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedacht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedacht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedacht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedacht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedacht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedacht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedacht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedacht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedacht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedacht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedacht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedacht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedacht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedacht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal denken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal denken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal denken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedacht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedacht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedacht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedacht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedacht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedacht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedacht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou denken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou denken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou denken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedacht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedacht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedacht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedacht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedacht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedacht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden denken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden denken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden denken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedacht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedacht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedacht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedacht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedacht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedacht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt denken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedacht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedacht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen denken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen denken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen denken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen denken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedacht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedacht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedacht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedacht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedacht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedacht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedacht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedacht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedacht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult denken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedacht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedacht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedacht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘geestesarbeid verrichten, het verstand gebruiken’ voor het eerst aangetroffen in 901.
Woordfamilie van denken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dacht | verleden tijd | denken |
| dachten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | denken |
| denk | gebiedende wijs | denken |
| denke | aanvoegende wijs | denken |
| denkt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | denken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van denken zijn vastgelegd.