nadenken
werkwoordBetekenis
- ~ over: mentaal aandacht schenken aan een bepaald onderwerp of probleem
werkwoord
- in overweging nemen
Vervoeging van nadenken
nadenkenhele werkwoord — dacht naverleden tijd enkelvoud — dachten naverleden tijd meervoud — nagedachtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | denk na | dacht na |
| jij | denkt na | dacht na |
| hij, zij, het | denkt na | dacht na |
| wij | denken na | dachten na |
| jullie | denken na | dachten na |
| zij | denken na | dachten na |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dacht na | verleden tijd |
| denk na | gebiedende wijs |
| ev. | gebiedende wijs |
| had nagedacht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had nagedacht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had nagedacht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden nagedacht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden nagedacht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden nagedacht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt nagedacht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb nagedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben nagedacht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben nagedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben nagedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben nagedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt nagedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft nagedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft nagedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| na te denken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| na te zullen denken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| na zal denken | bijzin, toekomende tijd |
| na zou denken | bijzin, voorwaardelijk |
| na zouden denken | bijzin, voorwaardelijk |
| na zoudt denken | bijzin, voorwaardelijk |
| na zullen denken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| na zullen denken | bijzin, toekomende tijd |
| na zult denken | bijzin, toekomende tijd |
| nadacht | bijzin, verleden tijd |
| nadachten | bijzin, verleden tijd |
| nadenk | bijzin, tegenwoordige tijd |
| nadenkend | onvoltooid, deelwoord |
| nadenkt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| nagedacht | verleden tijd, deelwoord |
| nagedacht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| nagedacht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| te hebben nagedacht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen nadenken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal nadenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal nadenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal nadenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal nadenken | bijzin, toekomende tijd |
| zal nagedacht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal nagedacht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal nagedacht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou nadenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou nadenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou nadenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou nadenken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou nagedacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou nagedacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou nagedacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) nadenken na zou(dt) denken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden nadenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden nadenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden nadenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden nadenken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden nagedacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden nagedacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden nagedacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt nadenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt nadenken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt nagedacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen nadenken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen nadenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen nadenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen nadenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen nadenken | bijzin, toekomende tijd |
| zullen nagedacht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen nagedacht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen nagedacht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult nadenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult nadenken | bijzin, toekomende tijd |
| zult nagedacht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal nadenken na zult/zal denken | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van na bw en denken ww
Woordfamilie van nadenken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dacht na | verleden tijd | nadenken |
| dachten na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | nadenken |
| denk na | gebiedende wijs | nadenken |
| denke na | woordvorm | nadenken |
| denken na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | nadenken |
| denkt na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | nadenken |
| nadacht | subordinate-clause, verleden tijd | nadenken |
| nadachten | subordinate-clause, verleden tijd | nadenken |
| nadenk | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | nadenken |
| nadenke | with-subordinate-clause | nadenken |
| nadenkt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | nadenken |
| nagedacht | voltooid deelwoord | nadenken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nadenken zijn vastgelegd.