verdenken
werkwoord ˈdɛŋkə(n)Betekenis
- iemand ~ van: van iemand een kwaad vermoeden hebben
Hoe spreek je verdenken uit?
/ˈdɛŋkən/
Verdenken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɛ | bed |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als denken.
Vervoeging van verdenken
verdenkenhele werkwoord — verdachtverleden tijd enkelvoud — verdachtenverleden tijd meervoud — verdachtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verdenk | verdacht |
| jij | verdenkt | verdacht |
| hij, zij, het | verdenkt | verdacht |
| wij | verdenken | verdachten |
| jullie | verdenken | verdachten |
| zij | verdenken | verdachten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verdacht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verdacht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verdacht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verdacht | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verdacht | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verdacht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verdacht worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verdacht zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verdacht worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verdacht zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verdacht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verdacht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verdacht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verdacht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verdacht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verdacht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verdacht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verdacht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verdacht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verdacht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verdacht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verdacht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verdacht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verdacht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verdacht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verdacht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verdacht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verdacht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verdenken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verdenken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdacht | verleden tijd |
| verdacht | verleden tijd, deelwoord |
| verdacht te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verdacht te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verdacht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdacht te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdacht te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdacht worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verdacht zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verdacht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdacht zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdacht zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdenk | gebiedende wijs |
| verdenke | aanvoegende wijs |
| verdenkend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verdacht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verdacht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verdacht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verdacht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verdacht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verdacht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verdacht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verdacht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verdacht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verdacht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verdacht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verdacht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verdacht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verdacht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verdacht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verdacht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verdacht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verdacht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verdacht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verdacht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verdacht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verdacht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verdacht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verdacht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verdacht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verdacht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verdacht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verdenken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verdenken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verdenken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verdacht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verdacht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verdacht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verdacht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verdacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verdacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verdacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verdacht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verdacht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verdacht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verdacht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verdacht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verdacht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verdenken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verdenken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verdenken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verdacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verdacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verdacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verdacht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verdacht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verdacht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verdacht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verdacht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verdacht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verdenken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verdenken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verdenken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verdacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verdacht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verdacht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verdenken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verdacht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verdacht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verdacht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verdacht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verdacht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verdacht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verdacht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verdacht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verdacht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verdenken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verdenken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verdenken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verdenken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verdacht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verdacht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verdacht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verdenken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van denken met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verdenken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verdenk | gebiedende wijs | verdenken |
| verdenke | aanvoegende wijs | verdenken |
| verdenkend | onvoltooid deelwoord | verdenken |
| verdenkende | woordvorm | verdenken |
| verdenkt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verdenken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verdenken zijn vastgelegd.