Naar de inhoud

uitdenken

bedenken, uitkienen, verzinnen

uitdenken

werkwoord

Betekenis

  1. bedenken, uitkienen, verzinnen

Vervoeging van uitdenken

uitdenkenhele werkwoord — dacht uitverleden tijd enkelvoud — dachten uitverleden tijd meervoud — uitgedachtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik denk uit dacht uit
jij denkt uit dacht uit
hij, zij, het denkt uit dacht uit
wij denken uit dachten uit
jullie denken uit dachten uit
zij denken uit dachten uit
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben uitgedacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitgedacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
dacht uit verleden tijd
denk uit gebiedende wijs
er is uitgedacht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was uitgedacht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd uitgedacht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt uitgedacht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal uitgedacht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal uitgedacht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou uitgedacht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou uitgedacht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had uitgedacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had uitgedacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had uitgedacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden uitgedacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden uitgedacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden uitgedacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt uitgedacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb uitgedacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgedacht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben uitgedacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgedacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben uitgedacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt uitgedacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgedacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgedacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is uitgedacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is uitgedacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben uitgedacht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitdenken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te denken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen denken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal denken bijzin, toekomende tijd
uit zou denken bijzin, voorwaardelijk
uit zouden denken bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt denken bijzin, voorwaardelijk
uit zullen denken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen denken bijzin, toekomende tijd
uit zult denken bijzin, toekomende tijd
uitdacht bijzin, verleden tijd
uitdachten bijzin, verleden tijd
uitdenk bijzin, tegenwoordige tijd
uitdenkend onvoltooid, deelwoord
uitdenkt bijzin, tegenwoordige tijd
uitgedacht verleden tijd, deelwoord
uitgedacht te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgedacht te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgedacht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgedacht te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgedacht te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgedacht worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgedacht zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgedacht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgedacht zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgedacht zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
waart uitgedacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgedacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitgedacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgedacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uitgedacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitgedacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitgedacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd uitgedacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd uitgedacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd uitgedacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden uitgedacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden uitgedacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden uitgedacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt uitgedacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word uitgedacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden uitgedacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden uitgedacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden uitgedacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt uitgedacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt uitgedacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal uitdenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitdenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitdenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitdenken bijzin, toekomende tijd
zal uitgedacht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgedacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitgedacht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitgedacht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgedacht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal uitgedacht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgedacht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn uitgedacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn uitgedacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn uitgedacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt uitgedacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou uitdenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitdenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitdenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitdenken bijzin, voorwaardelijk
zou uitgedacht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgedacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgedacht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitgedacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgedacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou uitgedacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgedacht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgedacht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgedacht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) uitdenken uit zou(dt) denken bijzin, voorwaardelijk
zouden uitdenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitdenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitdenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitdenken bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgedacht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgedacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgedacht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgedacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitgedacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitgedacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgedacht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgedacht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgedacht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt uitdenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitdenken bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgedacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgedacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgedacht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen uitdenken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitdenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitdenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitdenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uitdenken bijzin, toekomende tijd
zullen uitgedacht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgedacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgedacht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgedacht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitgedacht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitgedacht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgedacht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgedacht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgedacht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult uitdenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van uit en denken

Woordfamilie van uitdenken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dacht uit verleden tijd uitdenken
dachten uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitdenken
denk uit gebiedende wijs uitdenken
denke uit woordvorm uitdenken
denken uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uitdenken
denkt uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon uitdenken
uitdacht subordinate-clause, verleden tijd uitdenken
uitdachten subordinate-clause, verleden tijd uitdenken
uitdenk subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitdenken
uitdenke with-subordinate-clause uitdenken
uitdenkend onvoltooid deelwoord uitdenken
uitdenkende woordvorm uitdenken
uitdenkt subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitdenken
uitgedacht voltooid deelwoord uitdenken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitdenken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over uitdenken

Wat betekent uitdenken?
Uitdenken is een werkwoord. Het woord betekent: bedenken, uitkienen, verzinnen.
Hoe vervoeg je uitdenken?
Je vervoegt uitdenken als volgt: het voltooid deelwoord is uitgedacht. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uitdenken is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. D 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uitdenken levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. D 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uitdenken in het kort

uitdenken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van uitdenken zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort uitdenken bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

uitdenken: bedenken, uitkienen, verzinnen
Deel uitdenken — standaardnederlands.nl