zeeptuimelaar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een kogelvormig vaatje voor vloeibare zeep dat in een tuimelende houder is opgehangen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zeeptuimelaars | meervoud |
| zeeptuimelaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zeeptuimelaartjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zeep en tuimelaar
Woordfamilie van zeeptuimelaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zeeptuimelaars | meervoud | zeeptuimelaar |
| zeeptuimelaartje | verkleinwoord | zeeptuimelaar |
| zeeptuimelaartjes | verkleinwoord meervoud | zeeptuimelaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zeeptuimelaar zijn vastgelegd.