zeepbel
zelfstandig naamwoord ˈzebɛlBetekenis
- bolvormig vlies van water en zeep dat een hoeveelheid gas (meestal lucht) omringt
- iets dat heel aantrekkelijk lijkt, maar al snel niet echt blijkt te zijn
- zichzelf versterkende ontwikkeling waarbij prijs van bepaalde goederen, activiteiten of bedrijven overdreven stijgt die doorgaans uitloopt op een grote plotselinge waardedaling
Hoe spreek je zeepbel uit?
/ˈzebɛl/
Zeepbel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| e | veel |
| b | bak |
| ɛ | bed |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- iets dat heel aantrekkelijk lijkt, maar vervolgens een misleiding blijkt te zijn figuratively
- een zichzelf versterkende ontwikkeling waarbij de prijs van bepaalde goederen, activiteiten of bedrijven eerst overdadig stijgt, om dan doorgaans uit te lopen op een grote plotselinge waardedaling figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zeepbellen | meervoud |
| zeepbelletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zeepbelletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zeep zn en bel zn
Woordfamilie van zeepbel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zeepbellen | meervoud | zeepbel |
| zeepbelletje | verkleinwoord | zeepbel |
| zeepbelletjes | verkleinwoord meervoud | zeepbel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zeepbel zijn vastgelegd.