zeepzieder
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het beroep van iemand die uit vet of olie en loog zeep bereidt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zeepzieders | meervoud |
| zeepziedertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zeepziedertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Samenstellende afleiding van zeep en de stam van zieden met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van zeepzieder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zeepzieders | meervoud | zeepzieder |
| zeepziedertje | verkleinwoord | zeepzieder |
| zeepziedertjes | verkleinwoord meervoud | zeepzieder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zeepzieder zijn vastgelegd.