zeepboom
zelfstandig naamwoordBetekenis
- die wel in tuinen gehouden wordt
zelfstandig naamwoord — masculine
- bepaald soort boom, Koelreuteria paniculata die wel in tuinen gehouden wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zeepbomen | meervoud |
| zeepboompje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zeepboompjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zeep en boom
Woordfamilie van zeepboom
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zeepbomen | meervoud | zeepboom |
| zeepboompje | verkleinwoord | zeepboom |
| zeepboompjes | verkleinwoord meervoud | zeepboom |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zeepboom zijn vastgelegd.