wegbezuinigen
werkwoord ˈwɛɣbəˌzœynəɣə(n)Betekenis
- reduceren van de kosten door een kostenpost in het geheel op te heffen
Hoe spreek je wegbezuinigen uit?
/ˈwɛxbəˌzœynəxən/
Wegbezuinigen bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| x | acht |
| b | bak |
| ə | de |
| z | zon |
| œy | huis |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Vervoeging van wegbezuinigen
wegbezuinigenhele werkwoord — bezuinigde wegverleden tijd enkelvoud — bezuinigden wegverleden tijd meervoud — wegbezuinigdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bezuinig weg | bezuinigde weg |
| jij | bezuinigt weg | bezuinigde weg |
| hij, zij, het | bezuinigt weg | bezuinigde weg |
| wij | bezuinigen weg | bezuinigden weg |
| jullie | bezuinigen weg | bezuinigden weg |
| zij | bezuinigen weg | bezuinigden weg |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bezuinig weg | gebiedende wijs |
| bezuinigde weg | verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| had wegbezuinigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had wegbezuinigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had wegbezuinigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden wegbezuinigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden wegbezuinigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden wegbezuinigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt wegbezuinigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb wegbezuinigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben wegbezuinigd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben wegbezuinigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben wegbezuinigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben wegbezuinigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt wegbezuinigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft wegbezuinigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft wegbezuinigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben wegbezuinigd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen wegbezuinigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weg te bezuinigen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weg te zullen bezuinigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weg zal bezuinigen | bijzin, toekomende tijd |
| weg zou bezuinigen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zouden bezuinigen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zoudt bezuinigen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zullen bezuinigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weg zullen bezuinigen | bijzin, toekomende tijd |
| weg zult bezuinigen | bijzin, toekomende tijd |
| wegbezuinig | bijzin, tegenwoordige tijd |
| wegbezuinigd | verleden tijd, deelwoord |
| wegbezuinigd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| wegbezuinigd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| wegbezuinigde | bijzin, verleden tijd |
| wegbezuinigden | bijzin, verleden tijd |
| wegbezuinigend | onvoltooid, deelwoord |
| wegbezuinigt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| zal wegbezuinigd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal wegbezuinigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal wegbezuinigd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal wegbezuinigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal wegbezuinigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal wegbezuinigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal wegbezuinigen | bijzin, toekomende tijd |
| zou wegbezuinigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou wegbezuinigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou wegbezuinigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou wegbezuinigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou wegbezuinigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou wegbezuinigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou wegbezuinigen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) wegbezuinigen weg zou(dt) bezuinigen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden wegbezuinigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden wegbezuinigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden wegbezuinigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden wegbezuinigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden wegbezuinigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden wegbezuinigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden wegbezuinigen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt wegbezuinigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt wegbezuinigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt wegbezuinigen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen wegbezuinigd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen wegbezuinigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen wegbezuinigd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen wegbezuinigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen wegbezuinigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen wegbezuinigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen wegbezuinigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen wegbezuinigen | bijzin, toekomende tijd |
| zult wegbezuinigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult wegbezuinigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult wegbezuinigen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal wegbezuinigen weg zult/zal bezuinigen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van weg bw en bezuinigen ww
Woordfamilie van wegbezuinigen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bezuinig weg | gebiedende wijs | wegbezuinigen |
| bezuinigde weg | verleden tijd | wegbezuinigen |
| bezuinigden weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | wegbezuinigen |
| bezuinige weg | woordvorm | wegbezuinigen |
| bezuinigen weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | wegbezuinigen |
| bezuinigt weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | wegbezuinigen |
| wegbezuinig | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wegbezuinigen |
| wegbezuinigd | voltooid deelwoord | wegbezuinigen |
| wegbezuinigde | subordinate-clause, verleden tijd | wegbezuinigen |
| wegbezuinigden | subordinate-clause, verleden tijd | wegbezuinigen |
| wegbezuinige | with-subordinate-clause | wegbezuinigen |
| wegbezuinigend | onvoltooid deelwoord | wegbezuinigen |
| wegbezuinigende | woordvorm | wegbezuinigen |
| wegbezuinigt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wegbezuinigen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegbezuinigen zijn vastgelegd.