beleg
zelfstandig naamwoord, werkwoord /bəˈlɛx/Betekenis
- langdurige uitsluiting van de buitenwereld door een vijandige strijdmacht
- voedzame en smakelijke bedekking van een boterham
- afgewerkte tegenkant van naaiwerk
Hoe spreek je beleg uit?
/bəˈlɛx/
Beleg bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| l | land |
| ɛ | bed |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| beleggen | meervoud |
| belegje | verkleinwoord, enkelvoud |
| belegjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beleggen
- gebiedende wijs van beleggen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beleggen
Vervoeging van beleg
beleghele werkwoord
Herkomst
Van Middelnederlands belegghe
Woordfamilie van beleg
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| belegje | verkleinwoord | beleg |
| belegjes | verkleinwoord meervoud | beleg |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beleg zijn vastgelegd.