overleg
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ovərˈlɛx/Betekenis
- beraad, beraadslaging
Hoe spreek je overleg uit?
/ovərˈlɛx/
Overleg bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| l | land |
| ɛ | bed |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| overleggen | meervoud |
| overlegje | verkleinwoord, enkelvoud |
| overlegjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van overleggen
- gebiedende wijs van overleggen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van overleggen
Vervoeging van overleg
overleghele werkwoord
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van overleggen
Vervoeging van overleg
overleghele werkwoord
Herkomst
samenstelling van over en leg
Woordfamilie van overleg
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| overlegje | verkleinwoord | overleg |
| overlegjes | verkleinwoord meervoud | overleg |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overleg zijn vastgelegd.