wegbergen
werkwoordBetekenis
- opbergen, verstoppen, verbergen
Vervoeging van wegbergen
wegbergenhele werkwoord — borg wegverleden tijd enkelvoud — borgen wegverleden tijd meervoud — weggeborgenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | berg weg | borg weg |
| jij | bergt weg | borg weg |
| hij, zij, het | bergt weg | borg weg |
| wij | bergen weg | borgen weg |
| jullie | bergen weg | borgen weg |
| zij | bergen weg | borgen weg |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben weggeborgen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent weggeborgen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| berg weg | gebiedende wijs |
| borg weg | verleden tijd |
| er is weggeborgen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was weggeborgen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd weggeborgen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt weggeborgen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal weggeborgen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal weggeborgen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou weggeborgen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou weggeborgen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had weggeborgen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had weggeborgen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had weggeborgen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden weggeborgen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden weggeborgen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden weggeborgen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt weggeborgen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb weggeborgen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben weggeborgen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben weggeborgen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben weggeborgen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben weggeborgen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt weggeborgen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft weggeborgen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft weggeborgen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is weggeborgen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is weggeborgen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben weggeborgen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen wegbergen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart weggeborgen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren weggeborgen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren weggeborgen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren weggeborgen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was weggeborgen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was weggeborgen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was weggeborgen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| weg te bergen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weg te zullen bergen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weg zal bergen | bijzin, toekomende tijd |
| weg zou bergen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zouden bergen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zoudt bergen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zullen bergen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weg zullen bergen | bijzin, toekomende tijd |
| weg zult bergen | bijzin, toekomende tijd |
| wegberg | bijzin, tegenwoordige tijd |
| wegbergend | onvoltooid, deelwoord |
| wegbergt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| wegborg | bijzin, verleden tijd |
| wegborgen | bijzin, verleden tijd |
| weggeborgen | verleden tijd, deelwoord |
| weggeborgen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weggeborgen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weggeborgen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggeborgen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggeborgen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggeborgen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| weggeborgen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| weggeborgen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weggeborgen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weggeborgen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| werd weggeborgen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd weggeborgen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd weggeborgen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden weggeborgen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden weggeborgen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden weggeborgen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt weggeborgen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word weggeborgen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden weggeborgen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden weggeborgen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden weggeborgen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt weggeborgen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt weggeborgen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal wegbergen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal wegbergen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal wegbergen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal wegbergen | bijzin, toekomende tijd |
| zal weggeborgen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggeborgen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal weggeborgen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal weggeborgen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggeborgen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal weggeborgen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggeborgen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn weggeborgen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn weggeborgen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn weggeborgen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt weggeborgen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou wegbergen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou wegbergen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou wegbergen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou wegbergen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou weggeborgen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggeborgen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggeborgen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou weggeborgen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggeborgen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou weggeborgen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggeborgen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggeborgen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggeborgen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) wegbergen weg zou(dt) bergen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden wegbergen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden wegbergen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden wegbergen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden wegbergen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden weggeborgen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden weggeborgen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden weggeborgen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden weggeborgen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden weggeborgen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden weggeborgen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden weggeborgen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden weggeborgen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden weggeborgen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt wegbergen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt wegbergen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt weggeborgen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt weggeborgen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt weggeborgen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen wegbergen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen wegbergen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen wegbergen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen wegbergen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen wegbergen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen weggeborgen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen weggeborgen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen weggeborgen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen weggeborgen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen weggeborgen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen weggeborgen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen weggeborgen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen weggeborgen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen weggeborgen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult wegbergen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van weg en bergen
Woordfamilie van wegbergen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| berg weg | gebiedende wijs | wegbergen |
| berge weg | woordvorm | wegbergen |
| bergen weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | wegbergen |
| bergt weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | wegbergen |
| borg weg | verleden tijd | wegbergen |
| borgen weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | wegbergen |
| wegberg | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wegbergen |
| wegberge | with-subordinate-clause | wegbergen |
| wegbergend | onvoltooid deelwoord | wegbergen |
| wegbergende | woordvorm | wegbergen |
| wegbergt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wegbergen |
| wegborg | subordinate-clause, verleden tijd | wegbergen |
| wegborgen | subordinate-clause, verleden tijd | wegbergen |
| weggeborgen | voltooid deelwoord | wegbergen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegbergen zijn vastgelegd.