weerpraatje
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het vertellen door de weerman wat voor weer het gaat worden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| weerpraatjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
alleen verkleinwoord; Samenstelling van weer en praatje
Woordfamilie van weerpraatje
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| weerpraatjes | verkleinwoord meervoud | weerpraatje |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van weerpraatje zijn vastgelegd.