Naar de inhoud

bevruchten

bij een vrouwelijk wezen of organisme een vrucht doen ontstaan

bevruchten

werkwoord

Betekenis

  1. bij een vrouwelijk wezen of organisme een vrucht doen ontstaan
  2. inspireren, stimuleren

Vervoeging van bevruchten

bevruchtenhele werkwoord — bevruchtteverleden tijd enkelvoud — bevruchttenverleden tijd meervoud — bevruchtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bevrucht bevruchtte
jij bevrucht bevruchtte
hij, zij, het bevrucht bevruchtte
wij bevruchten bevruchtten
jullie bevruchten bevruchtten
zij bevruchten bevruchtten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bevrucht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bevrucht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bevrucht gebiedende wijs
bevrucht verleden tijd, deelwoord
bevrucht te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bevrucht te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bevrucht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bevrucht te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bevrucht te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bevrucht worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bevrucht zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bevrucht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bevrucht zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bevrucht zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bevruchte aanvoegende wijs
bevruchtend onvoltooid, deelwoord
bevruchtte verleden tijd
er is bevrucht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bevrucht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bevrucht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bevrucht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bevrucht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bevrucht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bevrucht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bevrucht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bevrucht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bevrucht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bevrucht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bevrucht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bevrucht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bevrucht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bevrucht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bevrucht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bevrucht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bevrucht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bevrucht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bevrucht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bevrucht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bevrucht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bevrucht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bevrucht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bevrucht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bevruchten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bevrucht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bevruchten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bevrucht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bevrucht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bevrucht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bevrucht voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bevrucht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bevrucht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bevrucht voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bevrucht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bevrucht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bevrucht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bevrucht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bevrucht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bevrucht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bevrucht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bevrucht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bevrucht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bevrucht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bevrucht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bevrucht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bevrucht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bevrucht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bevrucht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bevrucht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bevrucht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bevrucht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bevrucht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bevrucht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bevruchten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bevruchten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bevruchten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn bevrucht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bevrucht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bevrucht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bevrucht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bevrucht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bevrucht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bevrucht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bevrucht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bevrucht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bevrucht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bevrucht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bevrucht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bevrucht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bevruchten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bevruchten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bevruchten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden bevrucht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bevrucht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bevrucht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bevrucht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bevrucht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bevrucht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bevrucht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bevrucht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bevrucht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bevruchten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bevruchten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bevruchten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt bevrucht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bevrucht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bevrucht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bevruchten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen bevrucht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bevrucht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bevrucht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bevrucht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bevrucht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bevrucht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bevrucht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bevrucht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bevrucht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bevruchten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bevruchten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bevruchten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bevruchten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult bevrucht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bevrucht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bevrucht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bevruchten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van vrucht met het voorvoegsel be- en met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van bevruchten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bevruchtend onvoltooid deelwoord bevruchten
bevruchtende woordvorm bevruchten
bevruchtte verleden tijd bevruchten
bevruchtten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bevruchten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bevruchten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over bevruchten

Wat is de betekenis van bevruchten?
Bevruchten is een werkwoord. De betekenis is: bij een vrouwelijk wezen of organisme een vrucht doen ontstaan. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik bevruchten?
Zo vervoeg je bevruchten zo: de tegenwoordige tijd is bevrucht, de verleden tijd is bevruchtte en het voltooid deelwoord is bevrucht. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bevruchten is 27 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. V 4
  4. R 2
  5. U 4
  6. C 5
  7. H 4
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 27 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bevruchten levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. V 4
  4. R 2
  5. U 2
  6. C 5
  7. H 4
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 26 zonder bonus
  12. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bevruchten in het kort

bevruchten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van bevruchten staan er 73 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bevruchten bij een woordfamilie van 4 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bevruchten: bij een vrouwelijk wezen of organisme een vrucht doen ontstaan
Deel bevruchten — standaardnederlands.nl