vruchtboom
zelfstandig naamwoordBetekenis
- boom die eetbare vruchten voortbrengt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vruchtbomen | meervoud |
| vruchtboompje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vruchtboompjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van vrucht en boom
Woordfamilie van vruchtboom
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vruchtbomen | meervoud | vruchtboom |
| vruchtboompje | verkleinwoord | vruchtboom |
| vruchtboompjes | verkleinwoord meervoud | vruchtboom |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vruchtboom zijn vastgelegd.