voelen
werkwoord ˈvulə(n)Betekenis
- gewaarworden door aanraking, meestal met betrekking tot temperatuur of druk
- zich ~ een bepaald gevoel hebben
Hoe spreek je voelen uit?
/ˈvulən/
Voelen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| u | boek |
| l | land |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- gewaarworden met de geest figuratively
Vervoeging van voelen
voelenhele werkwoord — voeldeverleden tijd enkelvoud — voeldenverleden tijd meervoud — gevoeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | voel | voelde |
| jij | voelt | voelde |
| hij, zij, het | voelt | voelde |
| wij | voelen | voelden |
| jullie | voelen | voelden |
| zij | voelen | voelden |
Alle 97 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gevoeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gevoeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gevoeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gevoeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gevoeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gevoeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gevoeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gevoeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gevoeld | verleden tijd, deelwoord |
| gevoeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevoeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gevoeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gevoeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gevoeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gevoeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gevoeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gevoeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gevoeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gevoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevoeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gevoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gevoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gevoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gevoeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te voelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen voelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voel | gebiedende wijs |
| voel me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| voel u/je , voelt je | gebiedende wijs |
| voelde | verleden tijd |
| voelde je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| voelde me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| voelde u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| voelde u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| voelde zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| voelde zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| voelde zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| voelden je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| voelden ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| voelden zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| voele | aanvoegende wijs |
| voele zich | aanvoegende wijs |
| voelen je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| voelen ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| voelen zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| voelend | onvoltooid, deelwoord |
| voelt je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| voelt u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| voelt u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| voelt zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| voelt zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| voelt zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| zal gevoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gevoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal me voelen | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal voelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal voelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal voelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal zich voelen | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je voelen | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich gevoeld hebben | verleden tijd |
| zich voelend | onvoltooid, deelwoord |
| zou gevoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou voelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou voelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou voelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gevoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden voelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden voelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden voelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gevoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt voelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gevoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen je voelen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons voelen | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen voelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen voelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen voelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen voelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen zich voelen | derde persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult gevoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult u voelen | tweede persoon |
| zult u voelen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult voelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult zich/u voelen | tweede persoon |
| zult zich/u voelen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘via tastzin gewaarworden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350
Woordfamilie van voelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| voel | gebiedende wijs | voelen |
| voelde | verleden tijd | voelen |
| voelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | voelen |
| voele | aanvoegende wijs | voelen |
| voelend | onvoltooid deelwoord | voelen |
| voelende | woordvorm | voelen |
| voelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | voelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voelen zijn vastgelegd.