Naar de inhoud

doelen

op: verwijzen naar iets

doelen is meer dan één woord

doelen

werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈdulən/

Betekenis

  1. op: verwijzen naar iets
  2. op: zinspelen op
  3. schietbaan, oefenplaats van de vroegere schutterij

Hoe spreek je doelen uit?

/ˈdulən/

Doelen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈdulən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
d dak
u boek
l land
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. ~ op: verwijzen naar iets
  2. ~ op: zinspelen op

Vervoeging van doelen

doelenhele werkwoord — doeldeverleden tijd enkelvoud — doeldenverleden tijd meervoud — gedoeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik doel doelde
jij doelt doelde
hij, zij, het doelt doelde
wij doelen doelden
jullie doelen doelden
zij doelen doelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
doel gebiedende wijs
doelde verleden tijd
doele aanvoegende wijs
doelend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gedoeld verleden tijd, deelwoord
gedoeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedoeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedoeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedoeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedoeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedoeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedoeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedoeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedoeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedoeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedoeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te doelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedoeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal doelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedoeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedoeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedoeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou doelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt doelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen doelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen doelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedoeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedoeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedoeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult doelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedoeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord doel

Herkomst

In de betekenis van ‘mikken’ aangetroffen vanaf 1623

Woordfamilie van doelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
doelde verleden tijd doelen
doelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon doelen
doele aanvoegende wijs doelen
doelend onvoltooid deelwoord doelen
doelende woordvorm doelen
doelens meervoud doelen
doelentje woordvorm doelen
doelentjes meervoud doelen
doelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon doelen
gedoeld voltooid deelwoord doelen
gedoelde woordvorm doelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over doelen

Hoe spreek ik doelen uit?
Zo spreek je doelen uit: /ˈdulən/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van doelen?
Doelen is een werkwoord. De betekenis is: op: verwijzen naar iets. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik doelen?
Zo vervoeg je doelen zo: de tegenwoordige tijd is doel, de verleden tijd is doelde en het voltooid deelwoord is gedoeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op doelen?

Er staan 19 woorden in dit woordenboek die op doelen rijmen, waaronder voelen, stoelen en bedoelen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op doelen, uitspraak ˈdulən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
voelen 2
stoelen 2
bedoelen 3
spoelen 2
joelen 2
krioelen 3
boelen 2
doorwoelen 3
getijdepoelen 5
karnstoelen 4
lustgevoelen 4
meerderwaardigheidsgevoelen 8
minderwaardigheidsgevoelen 8
onderbuikgevoelen 6
onveiligheidsgevoelen 7
orgelstoelen 4
poelen 2
rechtsgevoelen 4
stroelen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord doelen is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. L 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

doelen levert met Wordfeud minimaal 9 en maximaal 45 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. L 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 zonder bonus
  8. 45 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

doelen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

doelen in het kort

doelen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van doelen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort doelen bij een woordfamilie van 11 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

doelen: op: verwijzen naar iets
Deel doelen — standaardnederlands.nl