tasten
werkwoord ˈtɑstə(n)Betekenis
- waarnemen door aanraking
- door voelen onderzoeken
- raken of treffen (figuurlijk)
- de hand bewegen om iets te zoeken
- in onzekerheid zoeken
Hoe spreek je tasten uit?
/ˈtɑstən/
Tasten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- waarnemen door aanraking, meestal met een of beide handen transitive
- iets bemerken of bespeuren zonder het rechtstreeks waar te nemen figuratively, transitive
- in onzekerheid naar iets zoeken figuratively, transitive
Vervoeging van tasten
tastenhele werkwoord — tastteverleden tijd enkelvoud — tasttenverleden tijd meervoud — getastvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | tast | tastte |
| jij | tast | tastte |
| hij, zij, het | tast | tastte |
| wij | tasten | tastten |
| jullie | tasten | tastten |
| zij | tasten | tastten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is getast | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was getast | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd getast | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt getast | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal getast worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal getast zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou getast worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou getast zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| getast | verleden tijd, deelwoord |
| getast te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getast zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| tast | gebiedende wijs |
| taste | aanvoegende wijs |
| tastend | onvoltooid, deelwoord |
| tastte | verleden tijd |
| te hebben getast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te tasten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen tasten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal getast hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getast hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal tasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal tasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal tasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou getast hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getast hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou tasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou tasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou tasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getast hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getast hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden tasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden tasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden tasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt tasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getast hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getast hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen tasten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen tasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen tasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen tasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult tasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van tassen
Vervoeging van tasten
tastenhele werkwoord — tastteverleden tijd enkelvoud — tasttenverleden tijd meervoud — getastvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | tast | tastte |
| jij | tast | tastte |
| hij, zij, het | tast | tastte |
| wij | tasten | tastten |
| jullie | tasten | tastten |
| zij | tasten | tastten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is getast | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was getast | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd getast | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt getast | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal getast worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal getast zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou getast worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou getast zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| getast | verleden tijd, deelwoord |
| getast te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getast zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| tast | gebiedende wijs |
| taste | aanvoegende wijs |
| tastend | onvoltooid, deelwoord |
| tastte | verleden tijd |
| te hebben getast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te tasten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen tasten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal getast hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getast hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal tasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal tasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal tasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou getast hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getast hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou tasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou tasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou tasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getast hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getast hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden tasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden tasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden tasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt tasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getast hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getast hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen tasten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen tasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen tasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen tasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult tasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
via Middelnederlands tasten van Oudfrans taster (modern Frans tâter, Engels taste). In de betekenis van ‘bevoelen’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van tasten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getaste | woordvorm | tasten |
| tastte | verleden tijd | tasten |
| tastten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | tasten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tasten zijn vastgelegd.