Naar de inhoud

tasten

waarnemen door aanraking

tasten

werkwoord ˈtɑstə(n)

Betekenis

  1. waarnemen door aanraking
  2. door voelen onderzoeken
  3. raken of treffen (figuurlijk)
  4. de hand bewegen om iets te zoeken
  5. in onzekerheid zoeken

Hoe spreek je tasten uit?

/ˈtɑstən/

Tasten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈtɑstən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
t tak
ɑ bad
s sok
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. waarnemen door aanraking, meestal met een of beide handen transitive
  2. iets bemerken of bespeuren zonder het rechtstreeks waar te nemen figuratively, transitive
  3. in onzekerheid naar iets zoeken figuratively, transitive

Vervoeging van tasten

tastenhele werkwoord — tastteverleden tijd enkelvoud — tasttenverleden tijd meervoud — getastvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik tast tastte
jij tast tastte
hij, zij, het tast tastte
wij tasten tastten
jullie tasten tastten
zij tasten tastten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is getast impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was getast impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd getast impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt getast impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal getast worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal getast zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou getast worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou getast zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
getast verleden tijd, deelwoord
getast te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getast zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had getast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had getast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had getast voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden getast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden getast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden getast voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt getast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb getast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getast actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben getast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben getast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt getast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
tast gebiedende wijs
taste aanvoegende wijs
tastend onvoltooid, deelwoord
tastte verleden tijd
te hebben getast actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te tasten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen tasten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal getast hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal getast hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal tasten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal tasten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal tasten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou getast hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getast hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou tasten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou tasten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou tasten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden getast hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getast hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden tasten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden tasten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden tasten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt getast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt tasten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen getast hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getast hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen tasten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen tasten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen tasten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen tasten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult getast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult tasten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van tassen

Vervoeging van tasten

tastenhele werkwoord — tastteverleden tijd enkelvoud — tasttenverleden tijd meervoud — getastvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik tast tastte
jij tast tastte
hij, zij, het tast tastte
wij tasten tastten
jullie tasten tastten
zij tasten tastten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is getast impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was getast impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd getast impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt getast impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal getast worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal getast zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou getast worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou getast zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
getast verleden tijd, deelwoord
getast te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getast zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had getast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had getast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had getast voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden getast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden getast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden getast voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt getast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb getast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getast actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben getast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben getast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt getast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
tast gebiedende wijs
taste aanvoegende wijs
tastend onvoltooid, deelwoord
tastte verleden tijd
te hebben getast actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te tasten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen tasten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal getast hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal getast hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal tasten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal tasten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal tasten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou getast hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getast hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou tasten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou tasten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou tasten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden getast hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getast hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden tasten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden tasten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden tasten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt getast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt tasten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen getast hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getast hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen tasten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen tasten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen tasten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen tasten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult getast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult tasten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

via Middelnederlands tasten van Oudfrans taster (modern Frans tâter, Engels taste). In de betekenis van ‘bevoelen’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Woordfamilie van tasten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
getaste woordvorm tasten
tastte verleden tijd tasten
tastten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon tasten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tasten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over tasten

Hoe spreek je tasten uit?
De uitspraak van tasten is: /ˈtɑstə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent tasten?
Tasten is een werkwoord. Het woord betekent: waarnemen door aanraking. Deze pagina beschrijft 8 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je tasten?
Je vervoegt tasten als volgt: de tegenwoordige tijd is tast, de verleden tijd is tastte en het voltooid deelwoord is getast. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op tasten?

Tasten rijmt op 16 woorden op -asten; afgelasten, belasten en kasten bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op tasten, uitspraak ˈtɑstən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
afgelasten 4
belasten 3
kasten 2
gasten 2
lasten 2
ontlasten 3
casten 2
badkamerkasten 5
bezemkasten 4
boekenkasten 4
kettingkasten 4
keukenkasten 4
ladekasten 4
ribbenkasten 4
spasten 2
winkelkasten 4

Scrabble punten

Naar spel

Het woord tasten is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. A 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

tasten levert met Wordfeud minimaal 9 en maximaal 39 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. A 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 zonder bonus
  8. 39 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (T) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

tasten telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

tasten in het kort

tasten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 8 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van tasten zijn 39 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort tasten bij een woordfamilie van 3 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

tasten: waarnemen door aanraking
Deel tasten — standaardnederlands.nl