Naar de inhoud

geiten

zich meisjesachtig gedragen door te giechelen of geheimzinnig te doen

geiten is meer dan één woord

geiten

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈɡɛitə(n)

Betekenis

  1. zich meisjesachtig gedragen door te giechelen of geheimzinnig te doen

Hoe spreek je geiten uit?

/ˈgɛitən/

Geiten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈgɛitən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
g goal
ɛi trein
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van geiten

geitenhele werkwoord — geitteverleden tijd enkelvoud — geittenverleden tijd meervoud — gegeitvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik geit geitte
jij geit geitte
hij, zij, het geit geitte
wij geiten geitten
jullie geiten geitten
zij geiten geitten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gegeit verleden tijd, deelwoord
gegeit te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegeit zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geit gebiedende wijs
geite aanvoegende wijs
geitend onvoltooid, deelwoord
geitte verleden tijd
had gegeit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gegeit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gegeit voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gegeit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gegeit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gegeit voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gegeit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gegeit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegeit actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gegeit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegeit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gegeit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gegeit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegeit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegeit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te geiten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gegeit actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen geiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gegeit hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegeit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gegeit hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geiten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal geiten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal geiten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gegeit hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegeit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegeit hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geiten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou geiten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou geiten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gegeit hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegeit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegeit hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geiten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geiten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geiten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gegeit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geiten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gegeit hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegeit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegeit hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen geiten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geiten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geiten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gegeit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geiten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

zelfstandig naamwoord

  1. Capra een geslacht van evenhoevige zoogdieren uit de familie van de holhoornigen (Bovidae). De wetenschappelijke naam van het geslacht werd in 1758 gepubliceerd door Carl Linnaeus

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord geit

Herkomst

geit zn met de uitgang -en

Woordfamilie van geiten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gegeit voltooid deelwoord geiten
geite aanvoegende wijs geiten
geitend onvoltooid deelwoord geiten
geitende woordvorm geiten
geitte verleden tijd geiten
geitten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon geiten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geiten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over geiten

Hoe spreek je geiten uit?
De uitspraak van geiten is: /ˈɡɛitə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent geiten?
Geiten is een werkwoord. Het woord betekent: zich meisjesachtig gedragen door te giechelen of geheimzinnig te doen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je geiten?
Je vervoegt geiten als volgt: de tegenwoordige tijd is geit, de verleden tijd is geitte en het voltooid deelwoord is gegeit. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op geiten?

In dit woordenboek rijmen 25 woorden op -ten op geiten, zoals bijten, ontbijten en verslijten. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op geiten, uitspraak ˈgɛitən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
bijten 2
ontbijten 3
verslijten 3
schijten 2
verbijten 3
pleiten 2
accucapaciteiten 7
algentapijten 5
bouwactiviteiten 6
consanguiniteiten 6
cyberactiviteiten 7
douaneformaliteiten 8
kerstontbijten 4
leiderscapaciteiten 7
loyauteiten 4
luchtvaartautoriteiten 7
milieuautoriteiten 7
mulderfeiten 4
mutualiteiten 6
onderschijten 4
sportactiviteiten 6
taalvariëteiten 6
treiten 2
verschijten 3
verwerkingscapaciteiten 8

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord geiten is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. E 1
  3. I 1
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

geiten levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 48 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. E 1
  3. I 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 zonder bonus
  8. 48 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

geiten telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

geiten in het kort

geiten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van geiten zijn 31 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort geiten bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

geiten: zich meisjesachtig gedragen door te giechelen of geheimzinnig te doen
Deel geiten — standaardnederlands.nl